Dit artikel is ingezonden door Gildas

Deel 1 van dit artikel behandelt de tijd tot het moment dat Boris Johnson premier werd van het Verenigd Koninkrijk.

Het Britse parlement probeert een staatsgreep te plegen maar meent het ook weer niet echt

Er is verdragsrechtelijk en grondwettelijk geen twijfel over mogelijk dat de kroon, en dus feitelijk de ministers ( voor de EU de premier), bij uitsluiting bevoegd zijn het Verenigd Koninkrijk te vertegenwoordigen jegens andere staten, dus ook de EU-lidstaten, en internationale organisaties, en dus de EU. Niettemin pretenderen meerderheden in het Britse parlement bij herhaling dat zij iets te beslissen hebben over die vertegenwoordiging door wetten aan te nemen die pretenderen Brexit te verbieden of op te schorten of zelfs een gewenste regeling met de EU te treffen. Al deze wetten missen ieder effect; alleen de regering kan de artikel 50 verklaring intrekken, en daarmee Brexit afgelasten, of uitstel van de uittreeddatum vragen. Het parlement weet dat ook wezenlijk wel, vandaar het continue geroep dat de premier het maar moet uitvoeren, maar in de berichtgeving gaat dit essentiële punt vaak verloren. Er is een grote behoefte bij de media om te pretenderen dat het parlement iets belangrijks doet terwijl dit niet het geval is.

Het parlement, aangemoedigd door de pers, bleef dus in een groot aantal smaken om extra pony’s regenbogen en eenhoorns vragen. Tot ergernis van EU vertegenwoordigers die niet enthousiast zijn over een no deal brexit maar de kwestie toch wel een keer willen afronden; de EU heeft nog meer zaken te regelen.

Wetgeving die door de regering niet wordt uitgevoerd is betekenisloos, we kennen dat in Nederland met het Boerkaverbod, in het Verenigd Koninkrijk geldt dit voor alle mogelijke wetgeving rond Brexit, duizend wetten betekenen nog steeds niets wanneer de enige die ze effect kan geven, de premier, dat niet doet.

Voor het Britse parlement lijkt het aannemen van betekenisloze wetten en moties intussen een manier om te scoren in de media zonder de geringste verantwoordelijkheid te hebben voor de gevolgen. Alleen de premier kan handelen, en die zal alle kritiek krijgen.

De curieuze situatie doet zich intussen voor dat het parlement natuurlijk een middel heeft om een regering die de wetgeving niet wil uitvoeren naar huis te sturen: een motie van wantrouwen. Het Britse parlement weigert echter pertinent dat middel te gebruiken omdat er geen meerderheid is voor een andere premier en het parlement onder geen beding nieuwe verkiezingen wil, teveel leden vrezen zetelverlies. De premier kan dus blijven zitten, ook al voert hij beleid uit dat een meerderheid van het parlement zegt niet te willen. Dat was het geval met May en dat is nu zo met Johnson.

Brexit nadert part deux

Johnson heeft na zijn aantreden zijn kabinet gevuld met sterke voorstanders van Brexit en bij herhaling publiekelijk verklaard dat hij geen uitstel meer zal vragen en het Verenigd Koninkrijk dus op 31 oktober uit de EU zal treden, met of zonder verdrag over de status na uittreding.

31 oktober nadert en daarmee is Brexit weer actueel. Het Britse parlement heeft nog altijd geen meerderheid voor enige maatregel, behalve een verklaring dat ze geen no deal Brexit willen. Johnson blijft premier, ook al heeft hij duidelijk geen meerderheid meer want het parlement is nog steeds doodsbenauwd voor verkiezingen zodat niemand een motie van wantrouwen tegen hem indient.

Met het verstrijken van de tijd krijgt Johnson ook nog de mogelijkheid om na een motie van wantrouwen te blijven zitten in afwachting van nieuwe verkiezingen die dan pas na 31 oktober kunnen plaatsvinden.

De EU heeft herhaaldelijk gezegd niets meer te zullen veranderen aan de WA en ook overigens niet meer te zullen onderhandelen.

Er zijn nu 4 mogelijkheden, ongeacht welk machteloos geblaat het Britse parlement verder ten gehore brengt:

  1. Het parlement organiseert een meerderheid voor een interim-regering die uitstel zal vragen. In dat geval kan Johnson met een motie van wantrouwen worden afgezet en kan de interim-premier meteen aantreden en uitstel van Brexit vragen. Probleem bij deze optie is dat er in de verste verte geen kandidaat interim-premier is die een meerderheid kan krijgen.
  2. Het parlement keurt alsnog de WA goed, ook daar is in de verste verte geen meerderheid voor;
  3. Johnson draait en vraagt toch om uitstel. Hij zegt dat dat uitgesloten is, maar Johnson is vaker flexibel geweest. Formeel kan de EU overigens een gevraagd uitstel nog weigeren, maar dat lijkt niet heel waarschijnlijk.
  4. No deal Brexit vind plaats op 31 oktober 2019.

De rest is theater.

 

Gildas

Delen via


Lees ook