Dit stuk is deel van Zin in Chaos. Een boek dat Sid Lukkassen binnenkort wil uitgeven. Op zijn crowdfundingpagina bij VoorDeKunst legt hij uit dat Descartes een sleutelfiguur is in de opkomst van het moderne denken, en daarom ook een sleutelfiguur in het boek. Sid roept u op om de pagina te bekijken en het project te steunen.

Het hoofdstuk is nog niet af, maar hier krijgt u in ieder geval een inkijk in Sids proces als schrijver:

Descartes’ nalatenschap: de onopgeloste spanning tussen rede en geloof

Via de vorige hoofdstukken werkten we toe naar hét grote thema: de verhouding tussen Gods perfectie, de menselijke feilbaarheid en de vrije wil. In een vorig hoofdstuk werd al genoemd hoe de Italiaanse Renaissancedenker Pico della Mirandola zich met dit thema bezighield, en vandaaruit het fundament schiep van de Renaissance.

De filosofen die de moderniteit inleidden waren er diep van doordrongen dat religie niet zomaar uit de samenleving kon worden weggewist. Het was hun doel om het verstand en het goddelijke te verzoenen. In dit hoofdstuk dalen we hierom af in de geschiedenis: we doorgronden de geschriften van René Descartes. Om daarin iets universeels te vinden maar dit werk ook te begrijpen als deel van de periode waarin het verscheen.

De religieuze conflicten van de zeventiende eeuw waren meestal niet te scheiden van politieke conflicten. In de vroegmoderne tijd werd Europa verscheurd door religieuze oorlogen. In dit tijdsgewricht voelden filosofen een buitengewoon sterke behoefte aan rust en orde. De filosofen waren sterk geïnteresseerd in de vraag hoe nieuw te vormen overheden zich tot religie zouden verhouden.

Het project van orde en ratio

Het was in deze tijd dat de filosoof en wiskundige René Descartes (1596–1650) door Europa trok. Hoewel hij katholiek was, reisde hij met de legers mee zonder een kant te kiezen. “Ik was destijds in Duitsland waar ik verkeerde in verband met de oorlogen die nog steeds gaande zijn. Toen ik terugkeerde bij het leger na de kroning van de keizer, hield de winter me vast in een dorp waar ik alle gelegenheid had tot meditatie.”[1] Dit is hoe Descartes het tweede hoofdstuk opent van zijn Verhandeling over de Methode (1637). Hij maakte de religieuze oorlogen van dichtbij mee en zag de afgrondelijke gevolgen voor mens en maatschappij. Dit is de achtergrond van waaruit we Descartes’ project moeten begrijpen: contemplatie met als doel de ratio te gebruiken om perfectere structuren neer te zetten, in navolging van Gods perfectie.

Zijn behoefte aan helderheid en herstructurering, zo sterk benadrukt door de moderniteit, komt duidelijk naar voren wanneer hij schrijft: “Een werk dat is samengesteld uit verschillende delen en de handen kent van vele meesters, is vaak minder perfect dan werk gemaakt door één persoon.”[2] Descartes wijdt de rest van de paragraaf aan het schetsen van een analogie. Hier vergelijkt hij nauwe, kronkelige straatjes (gebouwd door meerdere architecten), met wanordelijke beschavingen (amalgamen van verschillende tradities en rechtstelsels). Hij stelt dat dingen superieur zijn wanneer ze vanaf een eenduidig grondplan worden opgetrokken, vanuit één leidend principe worden uitgedacht, als uitdrukking van één allesoverstijgende gedachte.

De volgende passage opent hij met:

“Zo stelde ik me voor dat de volkeren die ooit halve wilden waren en die die beetje bij beetje beschaafd zijn geraakt, hun wetten slechts zóver ontwikkelden als dat lastige situaties gerelateerd aan criminaliteit en schermutseling hen daartoe dwongen, niet zo goed geordend kunnen zijn als zij die vanaf hun eerste moment van samenkomst, de fundamentele voorschriften van een prudent wetgever hebben gevolgd. Precies zó is het zeker dat de staat van de ware godsdienst – wiens voorschriften door God alleen zijn gemaakt – onvergelijkbaar ordelijker moet zijn dan al het andere.”[3]

De paradox van twijfel en traditie

Is Descartes bereid om met de gevestigde traditie te breken? Ja. Is hij op zoek naar orde en structuur? Absoluut. Ongodsdienstig? Zeker niet.

De ordeningsdrang zoals we bij Descartes aantreffen zien we tegenwoordig nog terug in het bedrijfsleven of bij de overheid. Het komt wel eens voor dat managers zich ten doel stellen een hele bedrijfstak vanaf de grond opnieuw te willen opbouwen. Vooral bij nieuwe managers zijn de organisch gegroeide structuren van het bedrijf wat hen in dienst heeft, vaak onoverzichtelijk. Een dergelijk gevoel, een drang het roer totaal om te gooien en weer bij nul te beginnen, dreigt ook even bezit te nemen van Descartes. Maar hij bedenkt zich:

Men ziet, dat velen hun huizen afbreken om ze weer op te bouwen, en zelfs dat ze er somtijds toe gedwongen worden, wanneer die huizen gevaar lopen in te storten en de grondvesten ervan niet heel stevig zijn. Dit voorbeeld overdenkend zag ik in dat het waarschijnlijk onverstandig is dat een particulier het plan zou opvatten een staat te hervormen, door alles van de grondvesten af te veranderen en hem omver te werpen om hem weder op te richten[4]

Hieruit leren we dat de organische gegroeide structuren die door tradities zijn gevormd, verwarrend kunnen zijn. Maar ze zijn er om een reden en dienen een doel. Vanuit dit inzicht formuleert Descartes wat levenslessen voor zichzelf. De eerste hiervan is: “Gehoorzamen aan de wetten en de gebruiken van mijn land, standvastig den godsdienst te behouden, waarin ik door Gods genade van mijn jeugd af onderwezen ben.[5]

Zijn filosofie kunnen we classificeren als een don’t try this at home’-filosofie. Er is een sterke drang om overal aan te twijfelen, met alles te breken en vanaf een nulpunt opnieuw te beginnen. Maar hij ziet in dat als men hem daarin zou navolgen, de samenleving juist in een extreme, onoplosbare chaos terechtkomt. “Het besluit om zich van alle opvattingen vrij te maken die men vroeger had als overtuiging aanvaard had, is een voorbeeld dat niet ieder moet navolgen.”[6]

Acht u dit voordenken van waarde, steun dan Sid, steun het crowdfundingproject. Super veel dank en een fijne dag!

Noten

[1] Descartes, Vertoog over de Methode, AT II, 11.

[2] Ibidem.

[3] Descartes, Vertoog over de Methode, AT II, 12. 4

[4] Descartes, Vertoog over de Methode, AT II, 13.

[5] Descartes, Vertoog over de Methode, AT III, 23.

[6] Descartes, Vertoog over de Methode, AT II, 15.

Steun de Nieuwe Zuil via BackMe, en blijf bijdragen zoals deze mogelijk maken! De Nieuwe Zuil is een platform voor iedereen die realisme wil verspreiden!

Delen via


Lees ook

Discussieer mee!

Hier kan je reageren op onze artikelen en een inhoudelijke bijdrage leveren. Lees ook even onze huisregels.

Om te reageren dien je eerst aan te melden.

Reageer je voor de eerste keer? Registreer je dan hier.

Geef een reactie

Login hier in met je gebruikersnaam en het wachtwoord dat je per e-mail ontvangen hebt.

Maak hier een gebruikersnaam aan. Na verzenden ontvang je een e-mail met je wachtwoord waarna je meteen kunt inloggen en reageren.

Nieuwe gebruiker registratie
*Verplicht veld
Nieuwe gebruiker registratie
*Verplicht veld