Dit is een artikel van Ha Seok Min.

Nederland heeft een internationale ster voortgebracht: de charismatische, jonge, progressieve denker Rutger Bregman. Zijn recente optreden op het World Economic Forum in Davos ging viral. Zijn boek Utopia for Realists is een internationale bestseller – zelfs mediamagnaat Rupert Murdoch waagt zich eraan. Zijn devies: we hebben een overheid nodig die klein is in termen van regulering en groot is in termen van herverdeling. We moeten ongelijkheid aanpakken met hoge belastingen en een universeel basisinkomen invoeren. Bregman houdt zich niet alleen bezig met economische thema’s: ook maatschappelijke ongelijkheid moet worden aangepakt. Hij pleit er onder andere voor dat mannen meer achter het aanrecht staan. Ook is hij wars van hiërarchie en autoriteit.

Ongelijkheid en onrechtvaardigheid

Kapitalisme zorgt volgens Bregman voor een grote vermogens- en inkomensongelijkheid. Het leidt bovendien tot veel nutteloze banen: ‘bullshit jobs’. De kapitalisten, die rendement op hun vermogen maken, profiteren van dit systeem. Kapitalisme is een systeem van ongelijkheid en onrechtvaardigheid.

Dat klinkt marxiaans, maar het zou onjuist zijn om Bregman als marxist te bestempelen. Hij ageert tegen kapitaalbezitters en kapitaalinkomen, maar hij pleit niet voor het afschaffen van de vrije markt. Soms refereert hij naar Marx, maar Bregmans gedachtegoed heeft duidelijk progressief-liberale trekjes. Het basisinkomen zorgt er volgens hem voor dat mensen werk kunnen kiezen dat zij echt belangrijk en inspirerend vinden, in plaats van een ‘bullshit job’.

Dystopia for unrealists

In zijn analyse gaat Bregman echter volledig voorbij aan de economische realiteit. Hij valt kapitaalbezitters aan, maar vergeet dat wij in het Westen juist zo welvarend zijn doordat we zoveel kapitaal hebben. Kapitaal bestaat uit de hulpmiddelen waardoor menselijke arbeid productiever wordt. Denk hierbij aan machines, gereedschappen, computers, kennis en software.

Kapitalisten investeren in deze productiegoederen, waardoor arbeiders meer kunnen produceren en ook een hoger loon kunnen ontvangen: een win-winsituatie. Kapitalisten aanvallen is funest voor onze welvaart. Dat bewijzen socialistische landen als Venezuela en Noord-Korea. Zelfs in het linkse Zweden gaat men niet zo ver: de Zweedse overheid ontvangt relatief veel belasting door middel van btw en accijns. Deze belastingen worden vooral door de armen en middenklasse betaald. Daardoor kunnen in Zweden de bedrijven en vermogenden ontzien worden. Dat is oneerlijk, maar noodzakelijk om het land draaiende te houden.

Het onnodige basisinkomen

Ook het pleidooi voor een basisinkomen, een gegarandeerd maandelijks inkomen zonder voorwaarden, getuigt van weinig realiteitszin. Mensen zullen inderdaad meer mogelijkheden hebben om te doen wat ze belangrijk of inspirerend vinden. Maar dat is niet noodzakelijk wat voor de samenleving belangrijk is.

Als ik het bijvoorbeeld heel belangrijk vind om de binnenstad van Amsterdam de versieren met Chinese kalligrafie, maar niemand is bereid om mij hiervoor te betalen (zelfs De Correspondent niet), dan zit de maatschappij niet hierop te wachten. Mensen doen nu al behoorlijk veel werk dat niet direct geld oplevert: liefdadigheid, het huishouden, (mantel)zorg et cetera. Daarvoor hoeft geen basisinkomen ingevoerd te worden, want deze activiteiten worden blijkbaar al gesteund. Het basisinkomen zorgt voor vrijheid zonder verantwoordelijkheid.

De immoraliteit van Bregman

In sommige gevallen is economische ongelijkheid onrechtvaardig en dan moet daar iets aan gedaan worden. Ook is het jammer dat zelfs in onze ontwikkelde maatschappijen burgers nog steeds niet volledig kunnen kiezen wat ze doen met hun leven, omdat ze voor inkomen afhankelijk zijn van het hebben van een baan.

Maar om tot meer gelijkheid te komen en een basisinkomen in te voeren moet er op een zeer grote schaal worden herverdeeld. Dat is niet alleen slecht voor onze welvaart, maar ook immoreel. Er moet veel geld van productieve mensen worden afgenomen om tot meer gelijkheid te komen. Een basisinkomen betekent in feite dat het belastingbetalende deel van de bevolking de ‘keuzevrijheid’ van anderen moet financieren. Gelijkheid en keuzevrijheid zijn belangrijk, maar zijn ze zo moreel superieur dat we op grote schaal eigendomsrechten moeten schenden?

Corporatisme en monetair beleid

Bregman heeft er gelijk in dat er op dit moment een onrechtvaardige ongelijkheid bestaat. Dit wordt echter niet veroorzaakt door de vrije markt, maar juist door een gebrek hieraan. Grote bedrijven hebben een enorme invloed op de politiek en op het overheidsbeleid – iets dat ook wel ‘corporatisme’ wordt genoemd. Ze kunnen regels en belastingen naar hun hand zetten om zelf te profiteren en hun concurrenten te verzwakken. De invloed van werkgeversorganisatie VNO-NCW in de overlegorganen en de rel rondom de dividendbelasting zijn daar voorbeelden van.

Ook kunnen ze makkelijk hun geld wegsluizen en belasting ontwijken, terwijl de middenklasse deze mogelijkheid niet heeft. Tenslotte hebben de centrale banken de afgelopen decennia de rentes continu verlaagd en sinds 2008 miljarden in de economie gepompt. Hierdoor zijn de vastgoed- en aandelenprijzen geëxplodeerd, waar vooral de rijken van profiteren. Normale burgers moeten zich flink in de schulden steken voor een huis en krijgen nauwelijks rente op hun spaarrekening.

Rechtse oplossingen voor linkse problemen

In plaats van belastingen te verhogen en meer te herverdelen, moet juist het tegenovergestelde gebeuren. De overheidsuitgaven moeten worden teruggeschroefd, zodat de belastingen voor iedereen omlaag kunnen. Dan ontstaat er een speelveld dat minder ongelijk is. De overheidsuitgaven in de ontwikkelde landen zijn ongeveer 40 tot 50 procent van de totale economie. Dit zou teruggebracht kunnen worden naar zo’n 20 tot 25 procent. Dat was de grootte van de overheid in de door Bregman bejubelde jaren ’50.

Ook moeten het corporatisme en de lobby van het bedrijfsleven worden aangepakt, zodat er een echte vrije markt ontstaat. Als laatste moet er weer een monetair anker komen (niet per definitie goud), zodat de centrale bank en het banksysteem niet meer ongelimiteerd geld kunnen creëren en de rente kunnen verlagen.

Dit was een artikel van Ha Seok Min.

Delen via


Lees ook