Wie wil proberen te begrijpen waarom in een land waarin vrijheid, gelijkheid en de democratische rechtsstaat fundamentele verworvenheden zijn, het tribale denken steeds meer terrein lijkt te winnen, is ongemerkt al een eind op weg; het werd tenminste waargenomen. Want het stellen van die vraag alleen al, impliceert dat de toenemende tribalisering inderdaad wordt waargenomen en zich dus – mogelijk – ook voordoet. Vanaf dat moment is het inderdaad nog een flinke inspanning om tot het doorzien, tot begrip te komen, maar het begin is er: de waarneming.

Door: Ton Nijhof

Maar betekenen ‘tribaal’ en ‘tribalisme’ precies? Kernachtig kunnen we zeggen dat een tribale cultuur een ‘stammencultuur’ is en de gedachten die het oproept kunnen we niet direct verbinden met de begrippen ‘bewondering’, ‘waardering’ of ‘respect’. Om het een beetje hanteerbaar te maken, moeten we beginnen met een definitie van wat tribalisme precies is. Laten we daarvoor deze definitie hanteren:

“Een toestand van voortdurende stammenstrijd of van collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van het eigen stam- of groepsverband, voortvloeiend uit een sterk gevoel van verbondenheid binnen een definieerbare stam of groep”.[1]

Een zekere vorm van tribalisme is in praktisch alle landen wel te vinden; bijvoorbeeld de boerenstand ten opzichte van de stedelijke bewoners. Of het onderscheid tussen de meer welgestelden – financieel onafhankelijk – ten opzichte van de hier en daar nog bestaande arbeidersklasse, die zich veel minder gemakkelijk staande kan houden. Ook kennen we in ons land een opzichtige vorm van tribalisme in sommige sporten, zoals voetbal waar supportersgroepen niet zelden met elkaar slaags raken: een stammenstrijd. Speelt echter het nationale voetbalelftal een wedstrijd tegen bijvoorbeeld Duitsland, dan zijn de onderlinge geschillen razendsnel verdwenen, omdat zich een andere concurrerende ‘clan’ zich aandient: de Duitsers. Zo doorgeredeneerd kunnen we ons ook een Europees voetbalelftal voorstellen, die het bijvoorbeeld opneemt tegen Noord- of Zuid-Amerika. Daarbij zullen we eenzelfde rust zien neerdalen over de onderlinge, Europese verschillen, teneinde eendrachtig de waargenomen andere ‘clan’ te kunnen weerstaan of zelfs verslaan.

Collectieve weerstand

Zo bezien, bestaat er ook in het Westen een groot aantal clans, stammen en groepen, die een collectieve weerstand voelen tegen degenen die van de eigen groep geen deel uitmaakt en waarbinnen een sterke lotsverbondenheid heerst. Daaronder bevinden zich heel bedenkelijke ‘stammen’ die, wanneer we naar de ervaringen uit het verleden kijken, ons nopen tot de grootst mogelijke reserves. Ku Klux Klan, nationaalsocialistische groeperingen, extreemlinkse communistische organisaties, et cetera, enzovoorts.

Met het opnemen van steeds meer ‘vluchtelingen’ binnen de grenzen van het Westen (maar niet alleen dat), lijkt een dergelijke tribalisering in alle hevigheid op te leven. In plaats van boven de Zuilen uit te groeien – zoals heel lang de verwachting was – worden onze maatschappijen de laatste jaren kennelijk teruggeworpen in een type zuilvorming waarvan de tribale verschijningsvorm al eeuwenlang verleden tijd was in het Westen. In toenemende mate zien we zo op het oog ‘spontane’ actiegroepen ontstaan, die eerst en vooral zichzelf onderscheiden van de autochtone bevolking, door met nadruk te wijzen op hun andere huidskleur of hun andere gebruiken, religie of cultuur.

Dat is eigenlijk merkwaardig. Het toetreden tot een andere groep, vereist in de eerste plaats dat je dan ook het shirt van je nieuwe club draagt en op dezelfde manier, met gebruik van dezelfde regels, beperkingen en voorrechten, deelneemt aan hetzelfde maatschappelijke spel. Is er dan geen ruimte meer voor het eigen ‘ik’? Maar natuurlijk wel. Laten we de vergelijking nemen met het verkeer op de weg. Om als bestuurder van een auto deel te kunnen nemen aan het verkeer, dient men te beschikken over een rijbewijs, wat verkregen kan worden door een cursus te volgen zowel op praktisch als op theoretisch niveau. De kosten van die opleiding worden niet door ‘het verkeer’ betaald, maar door jezelf. Vervolgens neem je pas deel aan het verkeer als je over de vereiste papieren beschikt. Wie zich vervolgens niet aan de verkeersregels houdt, kan een bekeuring krijgen, een boete voor verkeerd gedrag. Maar in de auto mag je luisteren naar de muziek die je wil, je mag een sigaret of sigaar roken, vloeken of tieren en je mag zelfs in je neus peuteren. Maar de verkeersregels: daar moet je je wel aan houden. Doen we dat niet, dan wordt het verkeer een levensgevaarlijke jungle.

Verkeersregels

Laten we ons eens voorstellen dat een Engelsman in Nederland of België komt wonen die er na enige tijd op wijst dat het rijden aan de rechterkant toch eigenlijk maar niks is. Hij begint een actiegroep om linksrijden te bevorderen en heeft in korte tijd een twintigtal medestanders. Dankzij de enorme media-aandacht voor deze excentrieke opvatting kan de groep een flink aantal persmomenten vullen, waarbij de argumenten steeds overtroffen moeten worden door nieuwe argumenten. De Engelsman kan wijzen op zijn cultuur, op verworven rechten, op de vereffeningsplicht, met het oog op de bevrijding van onze landen door o.a. Groot-Britttannië en Canada. Stel je voor dat het zóver zou gaan, dat leden van de actiegroep daadwerkelijk besluiten om stoïcijns links te gaan rijden? Zou de burgemeester van Amsterdam ernaar kijken onder het motto “dit is zó belangrijk” en een speldje op haar mantelpakje prikken met de tekst ‘Left Drivers Matter’?

Een vergelijkbare situatie doet zich voor in de ‘Black Pete Battle’ die tot op het niveau van de Verenigde Naties wordt gevoerd. Het betreft hier een onschuldig kinderfeest, waar een zwart gegrimeerde jongedame of jongeman tot Zwarte Piet wordt getransformeerd. Als zogenaamde ‘knecht’ van Sinterklaas – een mythische figuur die het ‘goedheilige’ verbeeldt – behoedt hij zijn baas voor de typische oudemannen-blunders zoals vergeetachtigheid en suffigheid, terwijl hij daarnaast acrobatiek beheerst en cadeautjes aan kleine kinderen uitdeelt. Het feest duurt enkele dagen.

Emoties omwille van fictie

Dat kinderfeest nu, stuit de in toenemende mate aanwezige donkere mensen kennelijk tegen de borst, omdat het een verbeelding zou zijn van hoe zij uitgesloten zijn en moeten blijven van onze maatschappij. Een volstrekt fictieve figuur is dus al voldoende om de emoties hoog op te doen laaien en voor- en tegenstanders trekken zich in tribale groepen terug. Zij zijn geslaagd in het vormen van een toestand van voortdurende stammenstrijd of van collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van het eigen stam- of groepsverband.

Op 3 juli 2020 verwoordde een lezer van ‘Refoweb’, een website voor gereformeerde gelovigen, het zo;[2]

Ik ben een witte man. Dol op blanke vla, negerzoenen, moorkoppen en Afrikaantjes. Dus een foute witte man. Vreselijk fout zelfs volgens het nieuwe normaal dat mij via de media wordt opgedrongen en aangemeten.

Landgenoten met een kleurtje die ooit onze gastvrije natie binnenwandelden, vlogen of zwommen, mede profiterend van de pecunia’s die tegen de drempels klotsten, hebben het plots wat minder naar hun zin hier. En geef ze eens ongelijk. De broekriem moet dankzij Covid-19 aangehaald en als je niet gewend bent er een te dragen, wordt dat natuurlijk lastig.

Echter… in gedweeë navolging van passégristen Arie Boomsma en zijn mede huilebalken wil ik me diep schamen dat ik hier al wat langer vertoef, een witte huidskleur heb en voorouders die mogelijk hebben geprofiteerd van de slavenhandel… Heel erg lang geleden. Want Arie en zijn companen hebben een briljant geheugen.

Arie kennen we vanaf de tijd dat de EO nog een vleugje religie probeerde te verspreiden. Dat moet zo rond de jaartelling zijn geweest. De zelfreizende realityster poseerde indertijd naakt in een homoglossy. Want Arie houdt van mannen. Twee in ieder geval: zichzelf en zijn spiegelbeeld. Arie is ook zeer rechtschapen. Hij veracht witte bozerikken met flauwe grappen. Arie vindt dat ik, de achterkleinzoon in het kwadraat van een inheems mens uit een fout verleden, mijn excuses moet aanbieden aan iedereen met een niet-roomblank velletje.

En dat doe ik. Want Arie heeft gelijk. Beste Arie, en alle andere ernstig en quasi gekwetsten: mea maxima culpa. Ik bied mijn diepe en zeer nederige verontschuldigingen aan. De Hollanders die tijdens de Gouden Eeuw ons land welvaart hebben gebracht door handel te drijven, vrijheidsoorlogen te voeren en de Spanjaarden over de kling te jagen, hebben vreselijk fout gehandeld. Ze hadden geen zwarte, maar blanke slaven moeten kopen van islamitische Arabieren en Ottomanen. Of, nog beter, ze hadden de krijgszuchtige negerkoningen met hun zwarte roofbuit een kopje kleiner moeten maken in plaats van plezierig zaken met ze doen. Dan hadden we nu niet aan loeizware standbeelden hoeven staan te sjorren of Zwarte Pieten in hun gezicht schoppen.

Het is allemaal mijn witblanke schuld. En daarom wil ik niet alleen plat door het stof, maar ook een daad stellen. De stad die het meest van deze vreselijke handelspraktijken heeft geprofiteerd maken we met de grond gelijk. Niet alleen de koopmanswoningen met een bijsmaakje, maar ook alle andere historische panden en het Paleis op de Dam. Ja zelfs de pasgebouwde Zuidas mag tegen de vlakte als genoegdoening voor wat onze voorouders hebben uitgespookt. Vooruit, de Arena mag blijven staan. En op deze gezuiverde plek aan het IJ bouwen we vervolgens een nieuwe metropolis met de naam Utopia. Een plek waar alle culturen vrolijk en dartelend met elkaar samenleven en waar bruine drollen de geur verspreiden van viooltjes. En zo leven we nog lang en gelukkig.

Geen etnische scheidingslijnen

Gelet op de commentaren op de voorgaande – ingezonden – brief, buitelden de voor- en tegenstanders over elkaar heen, onverminderd dat zij lid waren van hetzelfde stamverband van witte gereformeerden.

Het bijzondere aan deze bewegingen is dan ook, dat de scheidslijnen tussen de rivaliserende clans zich niet langs etnische lijnen beweegt, maar langs de lijnen van politieke- voorkeuren of activisme en een zeker maatschappelijk idealisme. Dat maakt de beweging een politiek instrument, waarvan de verschijningsvorm niet de vlag is die de lading dekt.

De vraag is dus: wie zitten erachter; wie hebben er allemaal belang bij?

Dat is een vraag die ik een volgende keer probeer te beantwoorden…

——————–

[1] Definitie uit het Algemeen Nederlands Woordenboek van het Instituut voor de Nederlandse taal.

[2] Zie ‘Witblanke schaamte’ www.refoweb.nl/dwars/1569/witblanke-schaamte/

Delen via


Lees ook

Discussieer mee!

Hier kan je reageren op onze artikelen en een inhoudelijke bijdrage leveren. Lees ook even onze huisregels.

Om te reageren dien je eerst aan te melden.

Reageer je voor de eerste keer? Registreer je dan hier.

Geef een reactie

Login hier in met je gebruikersnaam en het wachtwoord dat je per e-mail ontvangen hebt.

Maak hier een gebruikersnaam aan. Na verzenden ontvang je een e-mail met je wachtwoord waarna je meteen kunt inloggen en reageren.

Nieuwe gebruiker
*Verplicht veld
Nieuwe gebruiker
*Verplicht veld