Dit is een artikel van Frits Bosch

Hoe staat het met de ‘mindset’ van de westerse mens? Zien we de toekomst zonnig in? Dat zal toch wel gezien onze welvaart? Dat valt tegen. Enquêtebureaus die maatschappelijk welzijn meten vertellen ons dat westerlingen weinig positief gestemd zijn. Azië geldt als de regio van optimisme, het Westen van pessimisme. Als het onbehagen geen economische oorzaak heeft, wat dan wel? Ik heb daarover gesproken met Nederlanders in leidinggevende functies, verspreid over diverse sectoren. Ik vroeg hen of ze het goed maken en tevreden zijn.

 

Schuldcomplex

 

Het traditionele antwoord is “met mij gaat het goed, maar met ons niet”. Als ik dan vraag “hoezo gaat het niet goed met ons”, dan blijkt dat het onbehagen vrij weinig richting heeft. De blik is vooral gericht op hard werken, materiële zaken, reizen, sport en de (klein)kinderen. Men wenst zich enkel in privé en anoniem erover te uiten. Het onbehagen kent vele oorzaken. De huidige politieke kloof is een belangrijke factor, men mist gemeenschapszin en sociale cohesie.

We voelen ons schuldig over koloniale tijd, slavernij, Jodendeportatie en Zwarte Piet. Er zijn twijfels over onze historie en cultuur. We hebben het gevoel dat onze glorietijd achter ons ligt en dat we in de verdrukking zitten. We hebben een roemruchte geschiedenis en de wereld schitterende kunst, cultuur en wetenschap verschaft en we zijn op allerlei gebieden trendsetters en mondiaal gidsland geweest.

 

Empathie aangemoedigd van bovenaf

 

Maar nu zijn er opgekropte gevoelens van angst, schuld en schaamte vanwege onrecht en leed dat we ooit hebben aangericht en dat wordt ‘ons’ ingepeperd. Het draagt bij aan polarisatie en verwarring. En dan is er islamisering, onzekerheid over climate change en verlies van controle door meer Brussel. We zijn de grip kwijt. Het zou eigenlijk gek zijn als we geen onbehagen zouden voelen.

We hebben het beste met de wereld voor maar Barack Obama zegt dat we in een cultuur leven die empathie ontmoedigt. We zouden meer empathie moeten tonen. Empathie is het indringend inlevingsvermogen, men duikt in de pijn van de ander. Compassie is mededogen, men gaat naast iemand staan met gevoelens van begrip, betrokkenheid en warmte.

 

De verkeerde aanpak

 

Opmerkelijk is dat de Amerikaanse psycholoog prof. Paul Bloom bestrijdt dat we meer empathie moeten betrachten. Hij meent juist dat westerlingen te veel empathie tonen en aan empathiewaan lijden. In zijn boek “Against empathy’ wijst hij er op dat wij westerlingen empathie verkeerd toepassen. Empathie moet slechts gelden voor degenen die onze ‘echte’ naasten zijn, familieleden.

Mensen daarbuiten moet je benaderen met een vorm van rationele compassie. En daarbij moet je bedenken wat de consequenties zijn van de compassie die je toont. Je moet de lange termijn gevolgen van je handelen goed overzien. Dat doen we volgens Bloom te weinig. Ons (politiek) handelen is vooral op de korte termijn gericht, dat we pas achteraf rationaliseren en rechtvaardigen. Hij meent dat we onze emoties verkeerd deponeren, waardoor empathie een slechte morele gids is die tot irrationaliteit, foutieve beslissingen en sociale ontwrichting leidt. Wetenschappelijke bevestiging wordt verkregen door PET en fMRI scans in zijn laboratorium en van collegae. Het is zonneklaar.

 

Christelijke drijfveer

 

Hoe komt het dat wij westerlingen zo empathisch zijn? Mijn gedachten gaan dan naar onze christelijke achtergrond. We zijn weliswaar niet meer zo kerks, maar het christelijke gedachtegoed zit nog diep in ons. Begrijpen we Christus’ boodschap van naastenliefde verkeerd? Jezus zei “hebt elkaar lief”. Zeker, maar dient naastenliefde dan niet voor allen in gelijke mate te gelden, zoals Bloom suggereert?

In de Bijbelse parabel van de Barmhartige Samaritaan vertelt Jezus dat twee hooggeplaatste Joden, een priester en een Leviet, weigeren hun handen vuil te maken aan een slachtoffer van een geweldsmisdrijf langs de kant van de weg. Maar een Samaritaan, een destijds door de Joden geminacht volk, is wél hulpvaardig en toont naastenliefde. De Samaritaan helpt hem op zijn ezel en brengt hem naar de dichtstbijzijnde herberg om verzorgd te worden, waarna de Samaritaan zijns weegs gaat.

De strekking is dat je de ander helpt, ook al komt het je niet goed uit. Onze interpretatie hiervan is dat we iedere persoon waarmee je op deze aarde leeft evenveel moet helpen als ware het je naaste.

 

Helpen is niet gelijk aan onderhouden

 

Volgens Bloom is dit een misverstand. Empathie is dan een slechte morele gids. Het geeft ons een goed en superieur gevoel en is uiteindelijk egoïstisch. Het ontbeert verhoudingen en is vertekend. Het is een valkuil. Echt altruïsme kent de natuur niet, het draait om natuurlijke selectie en voortplanting. Naastenliefde betekent compassie voor de medemens en zich medeverantwoordelijk voelen voor het welzijn van de medemens. De Samaritaan nam het slachtoffer niet mee naar zijn huis en zei niet tegen hem: “dit is mijn huis, ik verstrek je bed, bad, brood. Je kunt hier onbeperkt blijven, op mijn kosten.” Hij bood hem wel opvang in de regio, de herberg.

De conclusie is dat de christelijke moraal zoals wíj die hanteren mank gaat. Het leidt tot empathiewaan en “wir schaffen das nicht”.

 

Empathie beperken tot ‘de groep’, niet uitbreiden tot ‘de wereld’

 

Etymoloog en apenspecialist prof. Frans de Waal ondersteunt Bloom. De Waal: “we leven in de eeuw van empathie”. Mensen zijn doorontwikkelde apen met een apelijk oerinstict. Chimpansees beschermen hun eigen groep en weren buitenstaanders. Hun begrip voor anderen is volgens De Waal ‘een kwestie van gradatie’: empathie voor familie, compassie voor naasten in de groep, maar veel minder voor chimpansees erbuiten. Ons apelijk oerinstinct is door de eeuwen ondergesneeuwd geraakt door wetenschap, religie en ideologie.

Bovendien nemen we door de massamedia dagelijks kennis van mensen in andere delen van de aarde. We raken nauw betrokken bij hun noden en ze roepen ons steeds toe “toon empathie!”, terwijl “wij het zo goed hebben”. Die beeldvorming stuurt onze keuzes, vergelijkbaar met reclame. We zijn empathisch waar compassie met feitelijke hulp zou volstaan. Eenzamen en ouderen die aandacht en zorg behoeven, bij ons om de hoek, daar kijken we overheen en we zien ze niet of te weinig.

Als het Westen ooit weer optimistisch wil worden, dan moeten we beseffen dat we doorontwikkelde apen zijn en dat onze betrokkenheid bij de ander gradaties kent: meer gemeenschapszin, compassie voor naasten in de groep, maar minder voor mensen erbuiten. Daarover hoeven we ons niet schuldig te voelen als we ook rationeel de lange termijn consequenties van ons handelen in ogenschouw nemen.

 

Frits Bosch is econoom en socioloog en schreef het boek “Schaft ook Nederland zich af?”

Delen via


Lees ook