Tsja, wat moeten we hier nu van vinden? Los van de interne ruzie bij Forum escaleert het conflict steeds meer. Ik schrijf dit niet om een kant te verdedigen; dit staat los van #teamHenk vs. #teamThierry. Wat Robert Baljeu op Twitter plaatste was gewoon niet zo netjes.

Al sinds het begin van Forum – en het ontstaan van de PVV en andere rechtse splinters – wordt iedereen die enerzijds voor Forum werkt of ‘salonfähig’ is met Forum direct als nazi geframet. Dit is overigens een normale traditie in Nederland: alles rechtser dan Bolkestein – alhoewel Bolkestein ook genoeg drab over zich heen kreeg – is altijd uitgemaakt voor fascist, racist en nog vele andere inhoudsloze termen.

Het is dan ook tragisch dat een voormalig Forum-medewerker nu Baudet probeert te framen als een halve – of hele – nazi-sympathisant. Een jaar geleden werd hij zelf nog geframet als nazi – en dat gold ook voor mensen als Henk Otten – maar nu ineens beginnen ze de media op te zoeken om te vertellen welke kwaadaardige boeken Baudet wel niet zou lezen.

Wat valt op aan deze stapel boeken? Dat het een stapel aan historische beschouwingen is over het gedachtegoed van de nazi’s. Onze eigen historicus Perry Pierik, eerder verschenen in onze podcast, staat pontificaal met twee boeken in de stapel. Pierik vertaalde nota bene Hitler’s Tafelgesprekken. Volgens mij leren we op de middelbare school uitgebreid over Hitler en Stalin. Je verdiepen in historische giganten is het goedkeuren van wat ze deden? Doe eens gauw normaal.

Dit is nogal merkwaardige reclame voor de beste man – en uiteraard een negatief frame voor zijn oeuvre en zijn uitgeverij. Onterecht en zonde dat ze zijn naam besmeuren om hun ‘gelijk’ te halen.

Om een voorproefje te geven dat deze boeken helemaal geen ‘verering’ of wat dan ook zijn van het nazi gedachtegoed zal ik kort het werk van Perry Pierik bespreken.

Wie waren de nazi-ideologen waar Hitler zijn ideeën vandaan haalde? Wie zijn die beruchte Karl Haushofer en Erich Ludendorff? Laten we eerst nog dieper de geschiedenis in duiken door te kijken waar deze twee heren hun ‘inspiratie’ vandaan haalden.

Friedrich Ratzel (1844- 1904): De eerste leermeester van de beruchte Karl Haushofer was Ratzel. Zijn belangrijkste werk was Politische Geographie, een werk dat ook wel gezien kan worden als de voorloper van de geopolitiek. Ratzel was voor zijn tijd geen afwijkend denker. Hij stond volledig in lijn met de heersende trend, namelijk het (sociaal-)darwinisme en malthusianisme. Ratzel was, net als vele andere denkers in die tijd, volledig in de ban van het werk van Charles Darwin. Zijn werk, Politische Geographie, stond in teken van het concept struggle for life. Dit komt neer op het volgende: het leven staat in teken van de strijd van een individu om te bestaan.

Mens & staat

Wat Ratzel zo uniek maakte is dat hij aan het woord ‘individu’ het begrip ‘staat’ toevoegde. Tussen individu en strijd plaatste hij het begrip ‘ruimte’. Dit zorgde ervoor dat de staat moest worden gezien als een organisme. Dit maakt dat het denken van Ratzel in overeenstemming is met het darwinisme, maar dan op staatsniveau. De staat zien als organisme noemen we tegenwoordig organicisme, dit organicisme bracht een Realpolitik met zich mee

De staat was een stuk mensheid en tegelijkertijd een stuk bodem. We zien dat hier al het vroege ‘Blut und Boden‘-concept naar voren komt. Dit is dan ook meteen de kern van het ideeëngoed van Ratzel.

Ratzel onderscheidde hierin direct doemscenario’s en modelstaten. De ‘negerstaat’ was de meest primitieve vorm van staatshuishouding, wat hij ook wel Elementarorganismus noemde. Hier tegenover stond vanzelfsprekend de Kulturstaat. Hier staat de ‘organisatie van de bodem’ in een verder gevorderd stadium. Ratzel’s theorieën vielen verder op doordat hij veel aandacht gaf aan het concept Grösse und Gestalt wat hij belangrijk achtte voor een ‘gezonde’ ontwikkeling van een natie. Te veel mensen op een klein stuk grond was een negatief iets, het zorgde voor een slechte wisselwerking tussen mens en bodem.

Ratzel trok het organicisme nog verder door. Een staat kende net zoals de mens ‘vitale delen’. Net zoals de mens heeft een staat zijn biologische beperkingen. Het verlies van deze vitale delen zou de ondergang van een staat betekenen. Denk maar aan Nederland: ‘Indië verloren, rampspoed geboren’! Deze leus is vaak genoeg gebruikt als argument om onze koloniën te behouden. Het verlies van Elzas-Lotharingen aan het eind van WOI kan ook worden gezien als een verlies van vitale delen voor de Duitsers.

Naast de vitale delen kent een staat ook geografisch waardevolle delen. Denk hierbij aan bergketens en rivieren.

Uiteindelijk bleek Ratzel te worden ingehaald door de tijd. Zijn eurocentrisme en raciale vooroordelen bleken niet accuraat. Ook zijn fixatie op de grootte van een natie bleek niet nodig, Ratzel zelf achtte Duitsland te klein en te jong als natie. Dit bleek niet helemaal accuraat; de nazi’s lieten decennia later zien wat voor een kracht de Duitse natie bezat.

Ratzel –> Haushofer –> Kjellén

Rudolf Kjellén (1864- 1922): Karl Haushofer heeft er persoonlijk voor gezorgd dat het werk van Kjellén populair werd in Duitsland. Haushofer heeft zich hard ingezet om de werken van Kjellén te laten vertalen in het Duits.

Kjellén ging nog een stap verder dan Ratzel. Ook Kjellén hield vast aan de darwinistische inslag die ook Ratzel had in Politische Geographie, alleen voegde Kjellén er nieuwe elementen aan toe. Het organicisme van Kjellén kreeg een sterk biologisch-raciaal element. In zijn theoretische werk Der Staat als Lebensform stelde Kjellén het begrip ‘staat’ wederom centraal in het vakgebied van de geopolitiek. Kjellén was van mening dat er verschillende elementen waren die kenmerkend waren voor een staat: loyaliteit, nationaliteit, genealogie, linguïstiek, volkspsyche en etniciteit.

Deze elementen zorgden voor zowel een deterministische als duistere toekomstverwachting. Ook Kjellén zag de strijd om het bestaan als iets dat onafwendbaar een opdracht is van een staat. Kjellén was daarom van mening dat een botsing tussen de volgende belangengroepen onafwendbaar zou zijn: het pan-germanisme (pan-teutonisme), pan-anglicisme, het pan-latinisme en het pan-slavisme. Deze machten zouden elkaar hoe dan ook gaan bevechten, aldus Kjellén.

Op basis van deze indeling gaf Kjellén een ‘concrete’ handleiding mee. In zijn ogen was wat er moest gebeuren een spoorweg aanleggen van Berlijn tot Bagdad. Pas dan zou het werkelijke Midden-Europa ontstaan. Hiermee zien we de eerste tekenen van het Kontinental-Imperium waar Hitler later mee zou aankomen.

Het was Kjellén die de term ‘geopolitiek’ introduceerde in 1917. Voor die tijd waren vele termen gangbaar voor deze ‘discipline’.

Mackinder –> Haushofer

Sir Halford Mackinder (1861- 1947): De laatste grote inspirator van Haushofer. Mackinder gebruikte de term ‘geopolitiek’ bijna nooit, en zag zichzelf voornamelijk als geograaf en politicus. Haushofer heeft zijn fascinatie voor de wereldzeeën van Mackinder gekregen. Mackinder was ervan overtuigd dat de wereldzeeën zeer belangrijk waren voor de machtsconstellatie op aarde.

De zeeën besloegen 9/12 van de aardoppervlak. 3/12 was land. Dit deelde Mackinder nog eens verder op: 1/6 was Europa, Azië en Afrika. 1/12 was voor Amerika en Australië. Dit onderscheid maakte hij expres. Dit gegeven was de spil van zijn hele theorie.

Imperium: ‘The Heartland’ versus ‘The World Island’

Mackinder deelde de wereld in op geografische imperium-blokken. Ook Mackinder ging net zoals Kjellén en Ratzel er voor het gemak maar vanuit dat er een conflictsituatie was. Mackinder ging uit van Europa-Afrika-Azië tegenover Amerika. Europa-Afrika-Azië waren in het voordeel, want Amerika en Australië waren niet meer dan eilandjes in de grote oceanen. Tussen deze eilandjes en de ‘oude wereld’ zou een onvermijdelijke strijd uitbreken.

Haushofer zou later gebruik maken van Kernraum en Kontinentalblock en Weltinsel. Het is boeiend om te zien wat Mackinder onder het Heartland verstond. De vlakten van Azië, de steppenvelden en Parijs werden hier allemaal onder verstaan.

De belangrijkste vraag was volgens Mackinder wie het Heartland zou gaan leiden. Mackinder was van mening dat er maar twee machten in aanmerking hiervoor kwamen: Duitsland en Rusland, waarvan Moskou de beste kansen had. Historisch gezien had de steppen altijd grote krijgers voortgebracht, hierin zag Mackinder het voordeel voor de Russische beer.

Mackinders theorie was dan ook wie het Heartland beheerste, regeerde over het World Island.

Mackinder introduceerde hiernaast ook nog de geo-economie. De wereldhandel was op zijn retour aldus Mackinder. Als voorbeeld nam hij ons land. Nederland teerde volgens Mackinder nog steeds op de ‘gouden zeventiende eeuw’. De overzeese handel zou in het niet vallen bij de aaneengesloten economische kracht van het Heartland. Handhaving van de status quo betekende uiteindelijk de economische ondergang, aldus Mackinder. Strijd zou er hoe dan ook komen.

Zowel Ratzel, Kjellén en Mackinder waren alle drie typische ‘pan’-denkers. Bouwend op een ‘alles of niets’-scenario waren zij van mening dat er een allesbeslissende oorlog zou moeten komen. Dit maakte de geopolitiek als jonge wetenschap in die tijd tot een dwangtheorie.

In deel twee gaan we dieper in op Erich Ludendorff en Karl Haushofers theorieën.

Voor wie een kijkje wil nemen in het oeuvre van Perry Pierik: klik hier!

De podcast:

 

Delen via


Lees ook