Wanneer we naar de huidige politieke verschuivingen kijken, zien we dat een aanzienlijk deel van de burgers haar stem uitbrengt op bedrijfseconomisch verantwoord beleid. Het belangrijkste thema waar de balans van willen deugen bij de kiezer doorslaat naar bedrijfseconomisch afwegen wat het effect is van specifiek beleid, is het klimaatthema. De ontbrekende business case oftewel financiële onderbouwing werd vakkundig door FvD aan het licht gebracht – met als saillant detail een Jesse Klaver
die Thierry Baudet ging ‘leren rekenen’. Tot ieders hilariteit.

Dit moment was exemplarisch voor hoe slecht onderlegd linkse partijen zijn op het vlak van financiën. Natuurlijk heeft de linkse MSM er alles aangedaan deze afgang van Jesse Klaver buiten de media te houden. Dat was wel anders geweest als Thierry Baudet een faux pas had gemaakt.

Deze politieke verschuiving zet de koers in naar een nieuw toekomstig beleid. Toch?

Ik stel deze vraag omdat een grote groep FvD- en PVV-kiezers deze mening is toegedaan. Zien ze het wel goed? Is er daadwerkelijk een verschuiving gaande die tot een drastisch andere koers leidt? Waar moet je naar kijken en hoe moet je kijken om, vanuit dat gevoel, goed onderbouwd die conclusie te trekken?

Het Nederlandse meerpartijenstelsel

Zoals bekend is onze representatieve democratie opgebouwd uit meerdere partijen; partijen die door de jaren heen in aantal zijn toegenomen. Concreet zijn er na Paars een vijftal wezenlijk nieuwe partijen toegetreden tot de kamer: PvdD (2002), PVV (2006), 50Plus (2009), DENK (2015) en FvD (2016).

Het resultaat hiervan is steeds meer kleine partijen en steeds minder echt grote partijen – met als gevolg daarvan weer meer consensus-gedreven politiek. Vanaf Balkenende III zitten we zelfs in een tijd waarin minderheidskabinetten worden overwogen en aangegaan. De laatste was Rutte I met gedoogsteun van de PVV.

Een dergelijke ontwikkeling doet de vraag rijzen of de politieke partijen in de kamer nu echt wezenlijk verschillen. Een andere vraag die opkomt is of ze nog wel zinvol te categoriseren zijn.

Op zoek naar categorieën

Om te komen tot een vaststelling of we de huidige 13 partijen terug kunnen brengen tot clusters die feitelijk gezien voor een zelfde agenda staan, dienen we te kijken welke hoofdthema’s bij de burgers structureel leven en structureel door de gevestigde partijen – die structureel regeren – tot op de dag van vandaag niet worden opgepakt/opgelost. Laten we, om een baseline in de tijd te kiezen, kijken vanaf het moment na Paars: het moment waarop Pim Fortuyn de puinhopen van Paars analyseert en de thema’s aansnijdt die dienen te worden aangepakt om de harmonie van de samenleving en de verzorgingsstaat te handhaven en te herstellen.

De thema’s die vanaf dit moment spelen en tot de nodige onrust leiden bij een groot deel van het volk zijn achtereenvolgend: immigratie, integratie, islam, kwaliteit van de gezondheidszorg, kwaliteit van het onderwijs en de afdracht van soevereiniteit aan Brussel.

Immigratie en integratie

De overheden van West-Europa en de VS weten sinds de jaren ’80 dat het Saoedische Koningshuis de grote geldschieter is achter het verspreiden van het Wahabisme. De zakelijke belangen wegen zo zwaar, dat ze gewoonweg een oogje dichtknijpen en de tumoren zoals Al Qaeda en ISIS, die deze financiering voortbrengt, reactief bestrijden. In Nederland zien we dat deze moderne, met Saoedisch geld gefinancierde ‘kruistocht’ tot grote maatschappelijke spanningen leidt.

Een groot deel van moslims in Nederland integreert totaal niet en ziet de Westerse levensstijl als decadent, verdorven en minderwaardig. In 2017 bleek bij het Turkse referendum over een grondwetswijziging dat 70% van alle Turken die woonachtig zijn in Nederland hun stem uitbrachten op de salafistische AK-partij van Erdogan.

Gezondheidszorg

De zorg werd vanaf 2006 aan de markt overgelaten. Dit paste volledig in het in de jaren ’80 ingezette beleid om overheidstaken te privatiseren en daarmee de druk op de overheidsbegroting te verkleinen. Feitelijk gezien is er nooit een situatie ontstaan van daadwerkelijke marktwerking en de bijbehorende verbetering van de prijs/kwaliteit-verhouding. In 2012 heeft minister Schippers ingegrepen in de verdere prijsstijging, die vorm kreeg door de oligopolistische markt, door landelijk budgetplafonds overeen te komen met ziekenhuizen en verzekeraars en artsen (dit was weer een stap terug naar de traditionele budgetten).

Verder beschikken zorgverzekeraars en zorgverleners sinds 2006 over het instrument ‘uithollen van de polisdekking’, waarmee de overheid akkoord moet gaan – en dat doorgaans doet. Het sub-optimale gevolg hiervan is dat verzekeraars en zorgverleners met elkaar om tafel gaan zitten om vanuit een vast budgetplafond gewoonweg te redeneren hoeveel en welke behandelingen ze daarvoor willen doen – en dientengevolge definiëren ze een zelfgekozen tarief per verrichting totdat het budgetbedrag bereikt is.

Hiermee heeft de verzekeraar zijn financiële risico’s afgewenteld op de ziekenhuizen. Deze ongezonde ‘marktwerking’ (kartelvorming) werkt opnieuw wachtlijsten in de hand en de prijs/kwaliteit-verhouding – zoals ik al schreef – is verre van optimaal. Dit betekent in de praktijk dat het zorgniveau redelijk is, maar niet in verhouding staat tot de hoge prijs.

Onderwijs

De kabinetten van de jaren ’80 hebben de ‘marktwerking’ in het onderwijs geïntroduceerd, waardoor universiteiten en hogescholen zich steeds meer als bedrijven zijn gaan gedragen, met managers met navenante salarissen en docenten die puur als uitvoerders gezien worden. De student/docent-ratio wordt elk jaar nadeliger. De overhead blijft groeien onder andere door overnames, waardoor managementlagen steeds verder uitdijen. Met name binnen het HBO zijn er onderwijsfabrieken ontstaan, die gestuurd worden op ‘efficiency’ en op kwantitatieve output – wat allerlei ongezonde neveneffecten in de hand werkt, zoals het ‘ruimhartig’ beoordelen van tentamen resultaten en afstudeerscripties.

Afdracht van nationale soevereiniteit

Dit proces is vanaf de invoering van de euro onomkeerbaar gebleken. Margaret Thatchers profetische voorspelling over het falen van de euro en het aan die munt gekoppelde, federale Europa, is terug te vinden in de video hieronder. Ze deelde haar profetische woorden in een voordracht op de CNN World Economic Development Conference op 19 september 2019.

De gevolgen van Paars

Voornoemde hoofdthema’s zijn sinds Paars niet serieus besproken en/of niet opgelost, ondanks het feit dat er meerdere kabinetten zijn geweest bestaande uit verschillende samenstellingen van politieke partijen. In mijn artikel Deug! beschrijf ik hoe sinds de jaren ’90 voor de “Derde Weg” is gekozen door leiders als Blair, Clinton en Kok. Dit betekende concreet dat socialisme en liberalisme convergeerden.

De klimaatdiscussie van de afgelopen maanden heeft – voor zover er nog enige twijfel was – helder aangetoond dat de Socialistische Zuil en de Liberale Zuil (waar ik het CDA inmiddels ook onder schaar) één en dezelfde zijn. Dit is tevens de verklaring waarom verschillende kabinetten voornoemde thema’s o.b.v. min of meer eenzelfde agenda hebben beoordeeld en gemanaged. Met als resultaat dat er een zeer grote en groeiende onvrede en onrust is bij burgers over deze thema’s.

Welke zuilen zijn er nu eigenlijk?

Kortom, als we echt willen bepalen of die zogenaamd politieke verschuiving – zoals ik die in de introductie beschreef – tot nieuw beleid gaat leiden, dan moeten we de zetels van de verschillende zuilen eens optellen. Wat zien we dan?

  • De Links-Liberale Zuil (inclusief CDA en CU): 103 zetels
  • De Christelijke Zuil (SGP): 2 zetels
  • De Islamitische Zuil: 4 zetels
  • De Nieuwe Zuil: 36 zetels

We kunnen concluderen dat o.b.v. de huidige zetelverdeling er geen verandering zal komen via de politieke as. De kans dat  FvD zal overkomen wat PVV overkwam is groot; zelfs als FvD de grootste wordt na de Tweede Kamerverkiezingen. Om het geheugen op te frissen: de PVV was onder Rutte I (2010-2012) de gedoogpartner nadat ze als tweede partij uit de verkiezingen was gekomen.

Deze samenwerking was een knap staaltje van schone schijn, temeer omdat de topambtenaren (van de Links-Liberale Zuil) al tijdens de coalitieonderhandelingen hadden aangegeven de beleidspunten die de PVV uitonderhandeld zou krijgen, niet te gaan uitvoeren. Dus mocht FvD als grootste uit de verkiezingen komen, dan zal waarschijnlijk ook hier uitsluiting plaatsvinden – onder het mom van de onverenigbaarheid van het programma van FvD (De Nieuwe Zuil) met het programma van de partijen die behoren tot de Links-Liberale Zuil.

Hoe kan de status quo veranderen?

De enige kans op verandering over politieke as is een situatie waarin FvD en PVV de eerste en de tweede partij zijn met een dusdanig aantal zetels dat o.b.v een coalitie met de VVD ze de meerderheid van de zetels vertegenwoordigen. De kans dat PVV de tweede partij wordt is zeer klein, omdat FvD sinds het moment dat zij in de kamer kwam een logischerwijze kannibaliserende invloed heeft gehad – iets dat ik in mijn boek Een ondernemend antwoord op het verval van de verzorgingsstaat en interviews heb voorspeld.

Een interessante vraag is dus of FvD en de PVV samen wél de twee grootste partijen worden, wanneer de mensen zien wat ze horen te zien waardoor, ze begrijpen wat ze moeten stemmen om verandering over de politieke as mogelijk te maken.

Dat zou concreet betekenen dat in alle communicatie over politiek en de politieke partijen de stratificatie van de zuilen die ik heb benoemd, gehandhaafd dient te worden.

Afbreken alvorens op te bouwen

Wanneer dit nog steeds niet het gewenste effect heeft, zullen De Nieuwe Zuil en de politieke partijen die daar onderdeel van uitmaken een afbraak van het politieke ecosysteem moeten bewerkstelligen om vervolgens een nieuw politiek ecosysteem op te bouwen. Lees hiervoor het artikel Deug!. Acties die nu al worden ingezet om dit politieke ecosysteem af te breken zijn onder andere:

Wanneer dergelijke acties niet snel genoeg effect sorteren of leiden tot het nog verder ingraven van de gevestigde elite (zie de petitie van academici tegen Thierry Baudet, daarmee bevestigend dat het onderwijs deels gebukt gaat onder linkse ideologische peer pressure vanuit de geesteswetenschappen) zal bij het oplopen van de verborgen armoede in Nederland van 1 miljoen mensen naar ca. 2,5 miljoen (alle ZZP’ers die met moeite aan het werk komen, laat staan blijven) de verandering over de harde as gaan – en niet over de politieke as.

Delen via


Lees ook