Dit verhaal is afkomstig van Maurits v. Falkenreck.

Afgelopen week werd ik gebeld door een familielid. Hij vertelde een verbijsterend verhaal over een headhunt-traject (“executive recruitment”) dat hij had doorlopen. Een aantal weken terug had een headhunter contact met hem gezocht voor een positie als CEO bij een start-up die aan het opschalen was. De reden dat hij benaderd werd was het feit dat hij een soortgelijk bedrijf met hetzelfde product 8 jaar geleden had opgezet, maar toen te vroeg was om te kapitaliseren op zijn uitvinding. Kortom, de headhunter zag in hem de ideale kandidaat. Hij beschikt niet alleen over de skill-set maar hij heeft een soortgelijk bedrijf geleid in het verleden.

“De man met een missie”

Na een ontmoeting met de founder van het bedrijf en een meer dan goed gesprek waarin ze zeer snel de business en de strategie inhoudelijk bespraken, keerde hij weer huiswaarts. Diezelfde week nog werd hij teruggebeld door de headhunter met de volgende mededeling: “U bent de ideale kandidaat met de beste papieren en vaardigheden. MAAR. De founder voelt zich ongemakkelijk bij het gegeven een CEO aan te stellen die beter is dan hij…..” De headhunter, die zelf ver boven millennial-leeftijd was, kon zijn eigen verbazing duidelijk niet onderdrukken. Hij gaf te kennen dat een afwijzing op deze grond weliswaar van alle tijden is, maar dat het de laatste jaren wel steeds vaker voorkomt. De headhunter liet zich zelfs ontvallen dat bedrijfsculturen steeds minder recht-toe-recht-aan worden en dat daarmee de waardering voor “een man met een missie”, het daarvoor vereiste sterke karakter en de bijbehorende overtuigingskracht, snel afneemt.

Toen mijn naaste familielid zijn hart had gelucht kwam ons gesprek op de hoofdwaarden die wij in onze tamelijk Spartaanse opvoeding hebben meegekregen – denk hierbij aan kernwaarden als eervol, recht door zee en volhardend. Deze hoofdwaarden blijken steeds moeilijker te rijmen met de vrouwelijke kernwaarden in onze meer gefeminiseerde bedrijfscultuur – waarden als harmonie in plaats van confrontatie, polderen, lang en veel praten met elkaar, zorgen dat je met iedereen vrienden bent en zo kan ik nog een hele lijst noemen.

Niet “fijn” om mee te werken

Omdat wij beiden ondernemers zijn, weten we als geen ander wat de waarde is van mannen met een duidelijke missie en het daarvoor benodigde karakter. Deze “mannelijke” man lijkt een steeds lagere economische waarde te krijgen. Kortom; de eeuwenoude kernwaarden die wij met de paplepel ingegoten hebben gekregen, werken eerder in ons nadeel dan in ons voordeel. In steeds meer bedrijfsculturen is men niet meer gewend aan recht door zee handelen en communiceren. Al gauw wordt dit type man bestempeld als onaangenaam, tiranniek, hard; niet “fijn” om mee te werken. Daarmee volledig voorbijgaand aan de noodzaak voor inhoudelijk en daadkrachtig bestuur. Zeker in een tijd waar onze Westerse bedrijfscultuur moet opboksen tegen totaal niet gefeminiseerde Aziatische bedrijven, die opstomen naar Europa en de ene na de andere overname doen.

De economische waarde van deze “mannelijke” man met een missie neemt dus met forse schreden af. Het is immers steeds lastiger om met deze “genetic makeup” een goede baan te vinden en carrière te maken. Het type man dat wel vaart bij deze ontwikkeling, is de metro-man [1] die het theeleuten – net als vrouwen op de werkvloer – ook tot kunst heeft verheven; en die carrière maakt op het aardig gevonden worden op de werkvloer en de door vrouwen gedomineerde HR-afdeling. Niet de prestaties, noch de daadkracht, noch zijn track record geeft de doorslag. Het zijn van een aardige man; dàt geeft de doorslag voor het hebben van economische waarde.

Wie planten zich nu eigenlijk nog voort?

Deze zorgelijke maatschappelijke ontwikkeling vertaalt zich ook naar het privé-leven van de “mannelijke” man. Vrouwen die op zoek zijn naar een partner om een gezin mee te stichten kijken namelijk onder andere naar criteria zoals: biedt hij financiële zekerheid & stabiliteit, status en een sociaal netwerk. De “mannelijke” man waar de vrouw biologisch de voorkeur voor heeft om zich mee voort te planten, valt in onze tijd vaker en vaker buiten de boot om eerder genoemde redenen. Een simpele blik uit het raam bevestigt deze trend. Mooie, vruchtbare vrouwen zie je steeds vaker met een man waarvan je eigenlijk weet dat dat niet haar eerste keus zou zijn. Deze man heeft absoluut niets te vertellen in de relatie en voortplanting is binnen een dergelijke relatie eerder een geplande noodzakelijke klus dan een door passie en lust gedreven uitkomst. Als deze trend – de “mannelijke” man die door zijn dalende economische waarde niet meer geselecteerd wordt om een gezin te stichten – zich doorzet dan wordt dit man-type genetisch buitenspel gezet en transformeren wij tot denisova hominins.

De vraag is “of we dat met zijn allen moeten willen”.

[1] ‘metroseksueel’. Zie South Park: seizoen 7, aflevering 8

Delen via


Lees ook