De term ‘deep state‘ is voor veel conservatieve denkers zeker geen onbekende term. Wel een term waarmee je het risico loopt als ‘complotdenker’ bestempeld te worden. Na de anonieme publicatie van een hooggeplaatst persoon in het Witte Huis – zie de brief in de New York Times – is de deep state echter niet meer zo ‘diep’. In deze brief wordt omschreven dat er tal van medewerkers zijn die van binnenuit in het Witte Huis er zo veel mogelijk aan doen om het beleid van Trump tegen te werken. In het nieuwe boek Fear: Trump in the White House wordt iets bijzonders beschreven. Gary Cohn – voormalig economisch adviseur – zou zich hebben doodgeërgerd aan de gebrekkige economische kennis van Trump. Het komt zelfs zo ver dat op een gegeven moment Gary Cohn een document weghaalde van het bureau waarin de VS zich zouden terugtrekken uit een handelsovereenkomst met Zuid-Korea. Trump had dit niet door en het document is nooit ondertekend. Cohn heeft deze aantijging nooit ontkend.

Terugkomend op de brief uit de New York Times; hierin beschrijft de anonieme schrijver hoe er diverse mensen dagelijks bezig zijn met het beleid van de president te belemmeren. Dit onder het mom van het onbestrijdbare feit dat ‘de president zich gedraagt op een wijze die schadelijk is voor onze republiek’. Het ironische aan de term ‘onze republiek’ zal dan wel de belangen die de tegenwerkers hebben voor het land en hun persoonlijke gewin betekenen. Trump is immers op legitieme wijze gekozen en draagt een mandaat met zich mee. Door de president tegen te werken wordt in de democratie weggegooid. De mening van de stemmers doet er niet toe als de belangen van het establishment niet worden bevestigd of uitgevoerd.

Het opmerkelijke en wellicht het meest opvallende aan de anonieme brief is dat de schrijver Trump beschrijft als ‘immoreel’. De immoraliteit van Trump is dus de reden van het tegenwerken volgens de anonieme schrijver. Het is zeer bijzonder en opmerkelijk dat hij/zij dit opschrijft. De mensen die Trump – en vele andere critici met hem – omschrijft als de deep state achten zichzelf moreel superieur. Dit is dan ook meteen een kenmerk van de interventiepolitiek van de VS. Zij bemoeien zich al bijzonder lang met verkiezingen in het buitenland – denk aan de herverkiezing van Jeltsin in Rusland – en diverse regime change-oorlogen. Dit komt voornamelijk voort uit het principe dat de VS haar morele superioriteit overbrengt aan inferieure landen. Dit komt de VS dan onder het mom van ‘democratie’ brengen.

Deep State in historische context
Bij de afscheidsspeech van Dwight Eisenhower in 1961 waarschuwde hij het volk voor een zorgwekkende ontwikkeling. Hij waarschuwde ons voor de ontwikkeling van een ‘militair-industrieel(-congressioneel) complex’; het groter worden van het MI(C)C belemmerde namelijk het democratische proces. Eisenhower was nooit concreet over wat de gevaren van de deep state waren. Waarschijnlijk doelde hij op de invloed en de aanwezigheid van de oorlogsindustrie en het leger. Die was door de Tweede Wereldoorlog natuurlijk immens gegroeid; echter, het leger bleef ook na de oorlog immens groot – vandaag de dag is de totale omvang van het defensiebudget meer dan 13 landen bij elkaar opgeteld die na de VS volgen qua uitgaven. Dit zorgt ervoor dat defensie enorme macht en invloed heeft in de politiek.

President Jimmy Carter heeft zelf ondervonden hoe het is als het militair-industrieel complex zijn invloed laat zien. Bij zijn aantreden in januari 1977 was een van zijn eerste plannen om grondtroepen uit Zuid-Korea te halen. Deze troepen wilde hij samen met 700 nucleaire wapens terug halen. Dit wilde hij doen zonder in overleg te gaat met de Zuid-Koreaanse regering; overigens heeft hij dit nog wel besproken met de Japanse overheid – die hier zeer sceptisch over was omdat ze bang waren voor hun eigen veiligheid. De Zuid-Koreaanse overheid werd halverwege februari van dat jaar ingelicht. Zuid-Korea en haar regering waren absoluut niet blij met het plan, aangezien ze het gevoel hadden hierdoor een bondgenoot kwijt te raken door afvalligheid. De Zuid-Koreanen verloren ongeveer 16.000 soldaten bij de strijd in de Vietnam, waar de Amerikanen hielpen.

Ondanks het feit dat de Zuid-Koreanen niet blij waren met dit plan, kwam de grootste weerstand van het establishment binnen het ministerie van Buitenlandse zaken. Voornamelijk uit de hoek van defensie en de veiligheidsdiensten – wat men tegenwoordig ook vaak omschrijft als de belichaming van de deep state – maar opmerkelijk genoeg ook uit het Congres. De stemmen die voornamelijk fel tegen waren kwamen uit de Commissie van Buitenlandse Relaties/Zaken in de Senaat en het Armed Forces Committee. Zij waren voornamelijk tegen het plan omdat ze bang waren reputatieschade op te lopen en dat hierdoor de invloedssfeer in Azië zou verminderen. Het leger zelf was tegen de plannen omdat het vreesde voor oorlog.

Het werk van intelligence-analist John Armstrong zorgde ervoor dat veel mensen die in het team van Carter zaten zich toch tegen diens plannen gingen verzetten. Diplomaat en onderdeel van het team rondom president Carter, Morton Abramowitz, bevestigde tijdens een interview in 2011 dat door de analyses van Armstrong veel mensen andere inzichten kregen dan de originele plannen van Carter. Dit zorgde er voor dat het gezag van Carter – die een democratisch gekozen leider was – zwaar ondermijnd werd. Carter zelf was het compleet niet eens met de analyses. Carter onderschreef niet dat de dreiging van Noord-Korea de afgelopen jaren was gegroeid, samen met andere Oost-Azië-experts. De berichten dat het leger van Noord-Korea zich had uitgebreid werden massaal gebruikt om de plannen van Carter te vertragen of zelfs te dwarsbomen.

De Senaat weigerde het voorstel voor de terugtrekking; hierdoor moest Carter steun zoeken in het Huis van Afgevaardigden en de Senaat. Na maanden van bureaucratisch aanrommelen werd de realiteit voor Carter duidelijk: de mening van de meerderheid in het establishment kon hij onmogelijk veranderen. Hun mening was namelijk cruciaal voor het bureaucratische proces en aangezien zij tegen de plannen waren gebeurde er niets. Aan het eind van dit spektakel stond Carter er helemaal alleen voor. De complete bureaucratie was bijeengekomen om zijn plannen tegen te werken. Op 20 juli 1979 bracht de nationale veiligheidsadviseur, Zbigniew Brzezinski, naar buiten dat de plannen van Carter op de lange baan werden geschoven. De plannen zullen opnieuw worden bekeken in 1981 – het jaar waarin een nieuwe ambtstermijn zou beginnen, verloor hij de verkiezingen echter in 1980 –, dit omdat er dan beter kon worden gekeken naar de ontwikkeling van Noord-Korea.

Doordat hij niet werd herkozen vond de terugtrekking nooit plaats. De diverse belangengroepen in de VS hadden succesvol deze plannen op de lange baan geschoven en hierdoor een ‘overwinning’ geboekt. Wel moet worden gezegd dat Carter het voor elkaar kreeg om de hoeveelheid Amerikaanse soldaten in Zuid-Korea met 3.000 te minderen – door simpelweg de vervanging van eerder gestuurde soldaten nooit te sturen.

Meer recent
Edward Snowden, de bekende klokkenluider, waarschuwde ook voor de invloeden van de deep state. Snowden waarschuwde nogmaals in een interview in maart 2018 voor de invloed van de bureaucratie op het beleid. Er zijn posities binnen de Amerikaanse politiek die zeer veel macht hebben en die niet vervangen worden tijdens de wisseling van president. Zij zien presidenten komen en gaan en hebben enorm veel invloed op al die presidenten en andere politici. Hierin noemt Snowden Obama als voorbeeld, die aanvankelijk met veel bravoure sprak over hoe hij alles op de schop zou nemen. Uiteindelijk zagen we dat tijdens zijn presidentschap de interventiepolitiek een nieuwe, intensere dimensie is ingegaan.

Linkse media zijn verrassend stil rondom de openbaring van een deep state binnen het Witte Huis op dit moment. Vaak als we er iets over lezen zien zij dit als legitiem omdat het bewijst dat Trump er een een rotzooi van zou maken. Dit argument is echter compleet inhoudsloos. Een deep state is simpelweg niet te rechtvaardigen, behalve voor de belanghebbenden – in dit geval schijbaar ook de linkse media, aangezien zij zich moreel superieur achten. De voornaamste vraag die nu speelt is welke invloed de deep state/openbaring zal hebben op de komende midterm-verkiezingen in Amerika. Trump roept nu al langere tijd dat hij wordt gedwarsboomd door insiders, al die tijd werd hij voor gek verklaard. Ergere verwensingen bleven – eufemistisch gezegd – ook niet uit. De anonieme schrijver is niet bijster slim geweest door dit naar buiten te brengen. Dat wil zeggen, als het doel van de brief was om het concept van de deep state te delegitimiseren.

Delen via