In mijn nieuwe boek Zin in Chaos ga ik aan de gang met de grootste vragen op het vlak van metafysica, spiritualiteit, theologie en existentialisme, samen te vatten als “we who wrestle with God”. Maar dan nu vanuit realisme. Het is mijn levensdoel om realistischer te denken dan er tot nu toe in de geschiedenis van de filosofie is gedacht, en dit wil ik uitwerken in mijn nieuwe boek, waarvan de crowdfunding (mede dankzij uw hulp) gelukkig is geslaagd. Yay!
Ik vind het belangrijk om dit te doen, want overal om mij heen zie ik de opkomst van Kunstmatige Intelligentie (AI). En ik heb zo’n voorgevoel dat dit mensen letterlijk poepdom zal maken. Dit voorgevoel zegt ook dat men in de toekomst zal zeggen: “Had die Sid Lukkassen maar nóg meer boeken geschreven toen het nog kon, wat was dat een gouden shizzle. We hadden het eigenlijk meer moeten waarderen.” Zoals oude epische spellen, zoals Resident Evil 1, 2 en 3, of de eerste delen van Silent Hill en Command & Conquer. Waarvoor de hedendaagse fans een moord zouden doen, als er in die periode, het gouden tijdperk, nóg meer van was verschenen.
Worstelend met zulke filosofische en existentiële vraagstukken heb ik hier al een voorproefje gepubliceerd, op de pagina van Ongehoord Nederland.
Geconfronteerd met deze argumenten, grijpen gelovigen vaak terug op wat is ingebracht door C.S. Lewis. Dorst correspondeert met water; een verlangen naar intimiteit correspondeert met seks. En dus moet God bestaan als de entiteit die correspondeert met ons verlangen naar transcendentie.
Maar waarom is die God dan zóveel moeilijker te vinden dan water en seks? Waarom is de realiteit opgezet als een doolhof, waarin zelfs de mensen verdwalen die een jong onschuldig kind hebben verloren en die Hem het meeste nodig hebben? Waarom vinden zij alsnog deze God niet, en voelen ze niets wanneer zij spiritueel naar hem uitreiken? En waarom zou dit metafysische verlangen dan noodzakelijkerwijze corresponderen met de christelijke God en niet met de god of goden van de hindoes, moslims of Romeinen?
Mensen zijn geëvolueerd naar een krachtige intelligentie die in staat is tot abstractie. Dit maakt het mogelijk voor ons om te reflecteren op de mogelijkheid van Gods bestaan, maar bevestigt op geen enkele wijze dat zo’n god ook daadwerkelijk bestaat.
Een religieus persoon zou nu zeggen: “Jezus en God komen niet zomaar aanwaaien – je moet er meer moeite voor doen.”
Er zijn drie problemen met dat antwoord.
[1] Het is victim blaming/privilege: “Ik heb dat spirituele contact met hen wel, jij of een ander niet. Kennelijk ben ik het waardig omdat ik ben uitverkoren of beter mijn best heb gedaan.”
[2] Het is niet meetbaar en hierdoor is onduidelijk onder welke exacte voorwaarden dit spirituele contact tot stand komt. Er is een probleem met de reproduceerbaarheid en dus met de controleerbaarheid.
[3] Het doet denken aan redenaties van Immanuel Kant: wij mensen nemen de wereld waar via de rasters van tijd, ruimte en causaliteit, maar wat daarachter ligt en voor ons niet direct kenbaar is, is nog veel grootser. Hooguit kunnen we er glimpen van opvangen.
Dit verplaatst de discussie naar waarom ons universum dan zo complex en mysterieus is opgezet waardoor die God en Jezus zo vaag toegankelijk zijn, als ze dat überhaupt al zijn, terwijl water en seks direct in onze kenbare realiteit toegankelijk zijn.
Waardeert u deze tekst? Steun dan Sid Lukkassen via BackMe en/of schrijf u in voor zijn nieuwsbrief. Blijf op de hoogte!
Hier kan je reageren op onze artikelen en een inhoudelijke bijdrage leveren. Lees ook even onze huisregels.
Om te reageren dien je eerst aan te melden.
Reageer je voor de eerste keer? Registreer je dan hier.