Dit is deel 2 van De economische waarde van de Westerse, autochtone, “mannelijke” man. Geschreven door Maurits v. Falkenreck.

Om de stelling uit deel 1 te onderbouwen zal ik de kern-drivers benoemen die verifieerbaar een negatief effect hebben gehad en hebben op de economische waarde van de Westerse autochtone “mannelijke” man.

Technologie als drijfveer voor sociale verandering

De technologische ontwikkelingen die de werklast voor huisvrouwen verminderden zijn na WO II ingezet. Deze technologische ontwikkelingen zijn, zoals ik eerder al aangaf, apparaten zoals het strijkijzer, de stofzuiger, de wasmachine en koelkast die hun intrede deden in de Nederlandse huishoudens. Dit opende de weg voor vrouwen om hun tijd anders te besteden met als gevolg dat ze feitelijk gezien concurrent werden van mannen op de arbeidsmarkt.

Concurrentie heeft dan met name betrekking op banen in niet-“masculiene” bedrijfssectoren, die zich toeleggen op dienstverlening richting consumenten. Specifieker gesteld, sectoren waar veel interactie is met consumenten. Gemiddeld genomen willen vrouwen namelijk primair werk doen waar ze in contact zijn met mensen en mannen zijn meer geïnteresseerd in dingen/producten/technologie.

Zie voor een meer uitgebreide uitleg van dit fenomeen de Noorse documentaire Hjernevask: the equality paradox.

De belangrijkste sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die verantwoordelijk zijn voor een reductie van de economische waarde van de man zullen we nu behandelen.

1) HR

De opkomst van Human Resources als studie en bezetting van de HR-afdeling door vrouwen. Vanaf de jaren ’80 werd Personeel en Organisatie populairder als studierichting; en sinds de opkomst kiezen met name vrouwen voor deze studie. Zoals eerder vermeld zijn vrouwen meer geïnteresseerd in en begaan met mensen. Een dergelijke studie spreekt vrouwen meer aan dan mannen. Dit heeft tot gevolg dat bedrijven het wervingsbeleid steeds meer overlaten aan teams die volledig uit vrouwen bestaan.

Je zou kunnen denken dat het niet uit zou moeten maken of nu een man of een vrouw verantwoordelijk is voor het aannamebeleid. Maar aangezien er een stabiel gemiddeld verschil tussen man en vrouw in carrière-voorkeur bestaat als gevolg van een gemiddeld verschil in persoonlijk temperament, drijft dat persoonlijk temperament dus ook de houding en sfeer van HR-afdelingen. De realiteit op de werkvloer toont aan dat het wel degelijk uitmaakt. Dit wordt onder meer veroorzaakt door driver 2.

2) De anticonceptiepil

Dit middel heeft niet alleen een effect gehad op de seksuele moraal maar ook op het aannamebeleid bij bedrijven. Uit studies is namelijk gebleken dat vrouwen die de anticonceptiepil gebruiken, zich onprettiger voelen bij mannen met een hoog testosteronniveau. Uiterlijke kenmerken een hoog testosteronniveau zijn een brede kaak, veel lichaamshaar en een lage stem. Psychologische en gedragingskenmerken zijn een lagere vatbaarheid voor negatieve emoties, meer geneigd zijn risico’s te nemen en actief-assertief interpersoonlijk gedrag.

Mannen met een lage testosteronspiegel hebben in de regel meer vrouwelijke trekjes (uiterlijk en innerlijk) en hechten hogere waarde aan meer vrouwelijke idealen, zoals harmonie in plaats van confrontatie, polderen, lang en veel praten met elkaar, zorgen dat je met iedereen vrienden bent. Pro-sociaal, harmoniserend gedrag dus.

Kortom, een man met daadkracht en drang, die zeer doelgericht is, heeft door het gebruik van de pil door vrouwen een beduidend lagere kans door de seksuele (en daarmee evolutionaire) selectieprocedure heen te komen. Het effect wat de pil heeft, geldt overigens ook voor vrouwen op de HR-afdeling die in de overgang zijn. Je zou als tegenargument kunnen stellen dat het HR-personeel er simpelweg voor moet zorgen dat de persoon aan wordt genomen die voldoet aan het functieprofiel; misschien is dit zelfs wel een heel “mannelijk” functieprofiel. Uit studies blijkt dat de biologie een dermate grote invloed heeft op het beoordelingsvermogen van mensen, dat de “mannelijke” man al bij voorbaat met 1-0 achterstaat.

3) Onderwijs

De zogeheten “feminisering” van het onderwijs. Dit betekent zowel de man/vrouw-verhouding van het docentencorps als de uiteindelijke vertaling naar de manier waarop lesstof wordt aangeboden, boeken geschreven worden en toetsing wordt gedaan. Deze lesboeken zijn inmiddels – helemaal als het gaat over de exacte vakken – steeds wolliger en verhalender geschreven. De toetsen van de exacte vakken kennen nu inleidingen op vragen die bijna een half A4-tje beslaan met een hoge context.

Jongens hebben (met name in de puberteit) niet het vermogen om de lesstof, die steeds meer aan de belevingswereld van meisjes is aangepast in de afgelopen vijf decennia, net zo goed te doorgronden als meisjes. Dit zegt niets over hun respectievelijke intelligentie (de seksen hebben gemiddeld hetzelfde IQ), maar meer over het specifiek aanbieden van lesstof op een manier dat meisjes/jongens ermee kunnen werken. Resultaat van dit alles is dat minder jongens dan meisjes het VWO afronden, een universitaire studie starten en afronden. Het aanbod van universitair opgeleide mannen neemt dus af terwijl het aanbod van universitair opgeleide vrouwen toeneemt.

4) Equality of outcome

Dit betekent dat bedrijven bepaalde quota hanteren o.b.v. geslacht en dat dit fenomeen als wenselijk wordt gezien waar quota nog niet zijn geïmplementeerd. Kortom: er moet een vooraf bepaalde hoeveelheid vrouwen werkzaam zijn in bepaalde posities. Dit heeft natuurlijk direct impact op de economische waarde van mannen in de meest brede zin van het woord. Vrouwen varen er ook niet wel bij, want het is in zo’n situatie nooit echt duidelijk of je op basis van je capaciteiten of quotum je functie hebt gekregen.

Uiteraard genoeg zie je deze quota niet terug in de “masculiene” bedrijfssectoren als de offshore industry en de wegenbouw, de aannemerij, et cetera. Een roep om quota zal er in die sectoren wel niet komen. Wie wil er nou op een boorplatform werken, ’s nachts wegen aanleggen, vuilnis ophalen of riolen schoonmaken?

De roep om quota gaat opmerkelijk genoeg alleen op bij werk dat verwarmd, binnen, op een bureaustoel wordt gedaan.

Dit was deel 2. Deel 3 verschijnt op 2 februari. Meesterlijke dialogen tussen Maurits en Sid zijn opgenomen in het boek Kerkgangers en Zuilenbouwers. Sid werkt nu aan een crowdfunding: hij is bijna op de honderd procent! Wees een held en geef zijn belangrijke project het laatste duwtje

Delen via


Lees ook