Sinds ik met de crowdfunding van mijn briefwisseling tussen ‘links’ en ‘rechts’ ben gestart, heb ik zowel kritiek als ondersteuning ontvangen. Over de ondersteuning kunt u alles lezen in de commentaren die zijn achtergelaten door donateurs op VoorDeKunst. De kritiek valt in twee categorieën uiteen: rechtse mensen die zeggen “het wordt toch niets, links is niet voor rede vatbaar”, en linkse mensen die vinden dat ik überhaupt “geen platform zou moeten krijgen”.

Zo ontving ik het bezwaar dat Maarten Boudry geen ‘echte progressieve denker’ zou zijn. Daar ben ik het hartgrondig mee oneens – Boudry is er oprecht van overtuigd dat de wetenschappelijke methode het lot van de armen op deze planeet verbetert, en op een wijze die op korte termijn merkbaar is. Hij meent dat de totale hoeveelheid rationaliteit toeneemt en zelfs dat dit de kloof tussen vijandige culturen zal overbruggen. Hij is consequent progressief onder de vlag van de Verlichting. Terwijl, als je goed naar het discours van hard links luistert, daar vaak de romantiek onder steekt van ‘terug naar de natuur’ en ‘nobele armoede’.

Pennenstrijd en polemiek!

Zoals Bart Reijmerink constateerde:

“Met zijn briefwisselingen beoogt Lukkassen het gesprek aan te gaan met een divers scala aan denkers. Links, rechts, boven en onder – zolang deze denkers enkele cruciale waarden van een vrij en eerlijk gesprek respecteren. Op het hysterische geschreeuw van vele ‘intellectuelen’ en publieke figuren zit Lukkassen – terecht – niet te wachten.

Een ouderwetse briefwisseling of polemiek hebben we lang niet meer voorbij zien komen in het Nederlandse medialandschap. In het verleden zag je kritische denkers elkaar nog wel eens ‘uitdagen’ in korte essays in kranten. Tegenwoordig claimen kranten dat ze hieraan nog steeds ruimte bieden. Als we kritisch kijken moeten we helaas constateren dat de veelzijdigheid van meningen zeer beperkt is. De tijden dat Paul Cliteur menig denker ‘uitdaagde’ voor een pennenstrijd zijn voorbij. Ook andere culturele denkers zoals Heldring en Wesseling konden hele volksstammen in rep en roer krijgen als ze een venijnige column of polemiek uitlokten.”

Als wat Reijmerink hier schrijft over Cliteur feitelijk klopt, dan probeer ik te begrijpen hoe dit komt. Toen ondergetekende informeerde bij linkse denkers om deel te nemen aan deze briefwisseling, kreeg ik ook te horen dat ik er “rekening mee moest houden” dat linkse opiniemakers zich hier niet mee zouden willen besmetten. Zij wilden immers “niet zo eindigen als Zihni Özdil”. Laatstgenoemde kreeg “bakken stront” over zich heen – van linkse geloofsgenoten welteverstaan. Dit verklaart waarom weinigen bereid zijn de intellectuele degens te kruisen met andersdenkenden – uit angst om zulke (‘verwerpelijke’) gedachten een “podium te geven”.

Als je dan doorvraagt hoor je vanuit links dat er “niet aan voorwaarden is voldaan van een respectvol gesprek”. Vraag je nog verder door, dan blijkt dat ze je mening überhaupt respectloos vinden. Dit is omdat je het waagt kritiek te hebben op minderheden die in hun ogen worden verdrukt door de kapitalistische en racistische krachten van het systeem. Deze methode is eerder toegepast op Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali – door niet in te gaan op de problemen die zij blootlegden, maar voortdurend de vraag te stellen: “Moet je dat wel zeggen? Is dat niet respectloos?” Zo wordt het vrije denken geknecht in naam van ‘goed fatsoen’, waarbij goed fatsoen dan gelijkstaat aan conformisme.

Afgrondelijke tegenstellingen of verzoening?

In mijn brieven heb ik me ingezet voor een inhoudelijk debat, wat niet hetzelfde is als een verzoenend debat. Ik kan prima leven met afgrondelijke tegenstellingen. Maar dan wil ik wel dat beide kampen evenveel macht kunnen krijgen – dit noem ik de bouw van een Nieuwe Zuil – én ik wil een inhoudelijk gesprek op feiten en argumenten, zodat tenminste duidelijk is waarvoor men kiest door één van de kampen te kiezen.

De activisten op Twitter doen dit niet: zij gooien met modder en gebruiken termen als ‘nazi’ en ‘racistenknuffelaar’. Hun afspiegeling van de gebruikte argumenten is niet adequaat maar overdreven en karikaturaal. Dit is misleidend en vertekenend: wie ideologisch bezeten is, staat zichzelf veel toe. Zij gokken erop dat hun fanboys niet de ideologische coven zullen durven verlaten om zich te verdiepen in de primaire bronnen en te lezen wat ik écht heb geschreven. In het huidige paradigma van filterbubbels is dat een veilige gok, maar wel eentje die leidt tot het verder dehumaniseren van ideologische opponenten en uiteindelijk tot een conflict dat niet meer met het woord beslecht kan worden. En nee, dat is geen dreigement; het is een onbehaaglijke voorspelling die desalniettemin steeds minder onwaarschijnlijk lijkt te worden.

Bovendien zijn ze intellectueel lui ze verwarren artikelen van Bart Reijmerink over mijn vlog, met artikelen die ik zelf heb geschreven. Dat noemt zichzelf dan ‘wetenschapper’. Triest, maar wel voorspelbaar. Omdat hun eigen milieu bestaat uit ideologisch gelijkgestemden, worden ze nauwelijks kritisch gevolgd.

Met deze briefwisseling probeer ik iets heel anders te doen. Ik zet hier al mijn energie en veerkracht voor in – ik begrijp namelijk wat het alternatief is voor inhoudelijk debat tussen tegengestelde posities.

En op die vrolijke noot eindig ik mijn betoog voor vandaag!

Dus nogmaals, de tachtig procent van het project is bijna bereikt, ik roep u nogmaals op om dit te steunen! En komt allen naar het event op 16 augustus!

Delen via


Lees ook