Deze tekst van P. van Lenth verscheen eerder op zijn website.

Is in een democratie 51 procent voldoende? In de praktijk wordt zelfs 50,1 procent al voldoende gevonden. Toch is het dat niet.

Aan de basis van een democratie ligt het idee ten grondslag dat het volk bij elke belangrijke beslissing betrokken moet zijn, zich erover uitspreekt en daarmee het laatste woord heeft, waarbij de stem van de meerderheid bepalend zal zijn. Maar waarom is dat eigenlijk? Waarom is dat principe ooit bedacht?

Er zijn mogelijk meerdere grondgedachten, maar twee dringen zich op.

Gelijkheid, rechtvaardigheid, gemeenschap & vrede

De eerste is dat alle mensen gelijkwaardig zijn en er een rechtvaardigheidsmoraal moet gelden. De tweede is dat de samenleving gebaat is bij vrede en gedeelde normen en waarden die de voor het samenleven noodzakelijke eendracht bevorderen. Het is goed om beide grondgedachten gescheiden te houden, al zal menigeen beiden willen beamen.

Veel mensen hebben alleen maar gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid in gedachten. Anderen is het slechts te doen om het vrede-bevorderend aspect van democratie. Misschien kunnen we de eerstgenoemden benoemen als idealisten en de anderen als realisten.

Wat betekent een uitslag van 49,9 procent?

De grote vraag hier is hoe idealisten en realisten reageren op stembusuitslagen van rond de 50 procent. Leggen zij zich er, als ware democraten, bij neer? De praktijk leert dat dit zelden of nooit gebeurt. De winnaars vieren dan uiteraard feest. Maar hoe zit het met de verliezers? Die treuren aanvankelijk, en hun elite zal die gemoederen proberen te reguleren door hen ertoe te bewegen zich neer te leggen bij het verlies. Of niet, en dan wordt – we gaan uit van democraten – er een oproep gedaan om de strijd om de stem voort te zetten zodat bij de volgende verkiezingen de uitslag wél een meerderheid oplevert.

Zich neerleggen bij het oordeel van de meerderheid kunnen maar weinig democraten echt

In de tussentijd zal de minderheid al dan niet openlijk blijven mokken; men legt zich bij de nederlaag niet echt neer. De idealist die verloor zal zeggen dat er geen rechtvaardigheid heeft gezegevierd. En de realist? Er zullen er zijn die zeggen dat dit nou eenmaal is hoe democratie werkt; zij sluiten zich daarmee eigenlijk aan bij de idealisten die wonnen. Maar er zullen andere realisten zijn die zeggen dat 51 procent ook gewoon te weinig is voor de zo noodzakelijke eendracht. Deze realisten zijn voorstander van een veel hoger percentage. Het percentage moet in hun ogen zo hoog zijn dat de verliezers op basis van de uitslag écht eieren voor hun geld kiezen en de strijd écht opgeven, althans voorlopig.

Het probleem van relatieve cohesie

Een probleem is dat die eerste groep realisten zal roepen dat je daarmee het eendrachtsprobleem niet oplost. “Immers”, zo zal deze groep zeggen, “wat doe je dan als het percentage ergens tussen de 50 en, laten we zeggen, 66 procent uitkomt?”

Verwacht van mij geen definitief antwoord hierop. Sterker, ik voeg, op dit punt aangekomen, liever nog een aanvullend probleem toe. Niet alle stemgerechtigden hebben evenveel belang bij de uitslag. Sommigen ervan hebben er totaal geen belang bij, anderen misschien een beetje en anderen mogelijk ontzettend veel. Men zou kunnen beweren dat juist degenen zonder enig belang er in alle nuchterheid over kunnen oordelen.

Echter, in de praktijk verdiepen deze mensen zich amper of niet in het onderwerp of kunnen ze zich amper of niet inleven in het belang. Zij zijn dus niet automatisch objectieve, voldoende geïnformeerde stemmers; mogelijk doen ze maar wat. De voor- en tegenstanders die er een heel groot belang bij hebben kunnen fors in aantal zijn, maar ook miniem. Met name als het een minieme hoeveelheid mensen betreft, is hun invloed qua percentage dus beperkt.

Wanneer is een minderheid irrelevant?

Het bij onze interpretatie van democratie horende ‘één man, één stem’ pakt hier nadelig uit voor een minderheidsgroep die een groot belang bij de uitslag heeft. En zo kan het gebeuren dat zelfs een uitslag van 90 procent niet kan voorkomen dat een minderheidsgroep van 3 procent uiteindelijk géén eieren voor zijn geld kiest.

Welk mechanisme in een (betere vorm van) democratie kan hieraan iets doen?

Verwacht van mij geen definitief antwoord hierop. In elk geval is toch aan die minderheidsgroep toegeven niet de beste reactie. Het zou namelijk zomaar kunnen gaan om een groep die door de meerderheid wordt veracht of – minder hatelijk – wordt gewantrouwd.

Lees ook wat Wikipedia over de gekwalificeerde meerderheid en de tirannie van de meerdeheid te zeggen heeft.

Of lees wat ik in 2014 schreef.

Dit was een tekst van P. van Lenth. Het origineel vindt u hier.

 

Delen via


Lees ook

Discussieer mee!

Hier kan je reageren op onze artikelen en een inhoudelijke bijdrage leveren. Lees ook even onze huisregels.

Om te reageren dien je eerst aan te melden.

Reageer je voor de eerste keer? Registreer je dan hier.

Login hier in met je gebruikersnaam en het wachtwoord dat je per e-mail ontvangen hebt.

Maak hier een gebruikersnaam aan. Na verzenden ontvang je een e-mail met je wachtwoord waarna je meteen kunt inloggen en reageren.

Nieuwe gebruiker
*Verplicht veld
Nieuwe gebruiker
*Verplicht veld