Moslims mogen tegenwoordig niet ontbreken op verkiezingslijsten, politici gaan mee op gay-parades, universiteiten koketteren met genderneutrale toiletten en ook in het bedrijfsleven strooit men kwistig met vrouwenquota alsof het een lieve lust is. Men doet dan alsof Nederland een superdivers land is, terwijl u in de mainstream media voortdurend dezelfde linksliberaal-hedonistische consensusopinie door de strot krijgt geduwd. Hakan Külcü constateerde dit onlangs ook al. Hij hield er maar helemaal mee op, met het columns schrijven. Wat is er toch aan de hand?

Het identiteitspluralisme van hedendaags ‘links’ veroorzaakt een zekere blindheid wat betreft ideologisch pluralisme. Het hedendaagse progressivisme à la GroenLinks en D66 is niet ‘liberaal’ te noemen in de zin van Immanuel Kant, J.S. Mill en John Rawls. Maar is het identiteitspluralisme dat ze voorstaan daarmee ook onzin?

Identiteitspolitiek = emotiecultus

Laten we beginnen met de constatering dat identiteitspolitiek feitelijk is tegengesteld aan Bildungs-liberalisme. Wie voorstanders van identiteitspolitiek hoort spreken, merkt dat zij spreken als volgt: “Als vrouw zijnde vind ik dat… Als moslim vind ik dat… Als lid van de LGBTQ-gemeenschap vind ik dat… U zult nooit hetzelfde perspectief hebben als ik en zult daarom mijn situatie nooit begrijpen… Toch moet u in het bijzonder rekening houden met mijn identiteit.” Ook Bernie Sanders beweerde dat blanken nooit zullen snappen hoe het voor zwarten voelt om gefouilleerd te worden.

De populaire presentator Roderick Veelo zei er ook al over:

Identiteit is nu het belangrijkste wat je als mens kunt vergaren. Dat kan een gender-identiteit zijn, of een huidskleur, een godsdienst, de herkomst van ouders of van verre voorvaderen. De groepsidentiteit overschreeuwt het individu. In de media en op straat. En dat laat z’n sporen na in de politiek, in de taal en in hoe wij dagelijks met elkaar omgaan.

Zodoende neigt identiteitspolitiek sterk naar het belemmeren van een open debat: het creëert een discursieve monocultuur, waarin je op basis van identiteit toegang hebt tot de waarheid. “Dat is mijn beleving… mijn ervaring.” – tegenwerpingen worden afgedaan als ‘logocentrisch’ en ‘onvoldoende invoelend’. Identiteitspolitiek legt geen rekenschap af van ‘kwetsende’ meningen en feiten, zoals bij een degelijke Bildung hoort. Wijs je er bijvoorbeeld op dat zwarten in Chicago vooral door elkaar worden neergeschoten – en niet door de politie – dan wordt dat argument door identiteitsactivisten gemindblockt onder het gekrakeel van: “Als u dit zegt heeft u te weinig inlevingsvermogen!”

In het verleden hebben politici die zichzelf als ‘rechts’ profileerden dit laten voortwoekeren. Het grote probleem van deze linkse dominantie, is dat alle ruimte om onderzoek te doen, te publiceren en op te treden in publieke media, is gemonopoliseerd. Voor iedereen met een rationeel, zelfstandig geluid, is er geen economische ruimte. Zo behoudt links via haar identiteitspolitiek de macht over het opinielandschap. Zodoende ben ik een nieuw onderzoek begonnen naar dit thema, zodat ik met uw steun alsnog onderzoek kan verrichten naar dit belangrijke thema (klik op de link voor een leuke video!).

Wees erop voorbereid in de praktijk

Hierbij een voorbeeld van hoe belangrijk het is om een weerwoord te hebben op de linkse identiteitspolitiek. Neem nu een discussie die ik voerde met een zwarte man (geloof me: dit is niet mijn favoriete manier om mensen in te delen). Hij ging helemaal los omdat hij meende dat de politie vaker zwarte mensen zou aanhouden om hen te controleren.

Ik vroeg: “Maar wat nu als de politie uit ervaring weet dat ze dan vaker iets ontdekken?”

“Dat zal vast! Maar dan nog is het racistisch!” antwoordde hij.

“Maar jij hebt er als lid van deze rechtstaat toch belang bij dat zij worden gecorrigeerd als ze dingen doen die niet in de haak zijn? Als zo iemand van de weg wordt gehaald ben jij toch ook veiliger? Is die investering in jouw veiligheid dan ook racistisch?”

“Euh…”

Plots draaide het plaatje om. Het was nu niet ‘de blanke onderdrukker die hem wil controleren als lid van de zwarte gemeenschap’, maar: hij heeft er als Nederlands staatsburger belang bij dat misdrijven aan het licht komen.

‘Rechts’ in het verleden heeft gefaald

De linkse identiteitspolitiek kon zover oprukken doordat ‘rechtse’ politici in het verleden hebben gefaald. Zij hadden de vlucht voorwaarts moeten nemen en hadden eigen soeverein-patriottische instituties moeten bouwen met een uitdrukkelijk pro-Westerse identiteit. In plaats daarvan bezuinigden ze – in hun gelatenheid dachten ze dat het wel goed zou komen: ze lieten een ideologisch vacuüm achter dat links onmiddellijk weer opvulde. Vandaag zijn er bijvoorbeeld geen patriottische universiteiten: realistisch denkwerk is er ook al taboe.

Al die instituties zijn verzwolgen in de progressieve monocultuur.

Delen via


Lees ook