Heel lang geleden, in een land hier heel ver vandaan, was Google een (gods)geschenk voor de mensheid. Woorden intikken in een zoekbalk en zo kennis vergroten, hoog scoren in de zoekresultaten om business te genereren, randproducten zoals een gratis agenda en e-mail – het kon allemaal. Google gaf, en nam helemaal niks. Voor de buitenwereld was Google het braafste jongetje van de klas.

“Don’t be evil” was het adagium. De uitstraling van het nerdy bedrijf dat zo ontzettend veel goeds deed wisten ze jarenlang te behouden, maar op een gegeven moment is deze bubbel dan toch gebarsten. Misschien dat wat meer oplettende ogen dit al eerder zagen, want Google was eigenlijk al heel lang niet meer zo lief.

Wie wordt hoe genaaid?
De gebruiker voelt zich door Google steeds onveiliger vanwege de schending van zijn privacy, de ondernemer wordt door Google aangepakt met straffen als de website zich niet houdt aan haar richtlijnen en als je materiaal produceert dat Google niet bevalt, dan krijg je minder bezoekers op je site. Google verdeelt, heerst en deelt rake klappen uit. In mijn werk als consultant heb ik de afgelopen jaren meerdere ondernemers geholpen die 40% of meer van hun websiteverkeer en navenante omzet verloren, dus ik weet wel ongeveer waar ik over praat.

Als iemand je zegt dat je niet aan een roze olifant moet denken, dan denk je aan een roze olifant. Als iemand zegt: “Don’t be evil”, dan weten iedereen wel ongeveer wat de eerste gedachte is die bij je opkomt. Google heeft deze spreuk bijna geruisloos uit haar gedragscode verwijderd, want het werd toch echt een beetje gênant. “Don’t be evil” staat niet meer in de gedragscode, maar gelukkig hebben we hem nog vers in het geheugen, als herinnering aan Google’s duivelse praktijken.

Google’s ‘not evil’ projects
Wat verwacht je anders, wanneer je weet dat Google actief meewerkt aan Project Maven, een droneprogramma van het Pentagon. Google assisteert de facto oorlogsvoering en leeft op zuur verdiend belastinggeld van de Amerikaanse burger. Ze zijn veranderd van een bedrijf dat het publiek diende, in een fixer voor overheden. Dat is dus wat een sterk lobby-apparaat voor een bedrijf betekent: quid pro quo.

Het nieuwste Google-pareltje is Project Dragonfly: een Chinese Android-app die zoekresultaten censureert die de Chinese overheid onwelgevallig zijn. Zodra iemand zoekt op bijvoorbeeld ‘mensenrechten’ of ‘studentenprotesten’,  wordt zijn telefoonnummer verzameld en weet de Chinese overheid wie het is. Met alle gevolgen van dien.

Uiteraard worden er vragen gesteld door mensenrechtenorganisaties en mensen in de regering over dit Google-beleid. Ook werknemers hebben zich hierover uitgesproken, en enkelen zijn zelfs vrijwillig vertrokken. Maar feit blijft dat Google in samenwerking met overheden als een olietanker afstevent op de totalitaire controle over de burger.

Convenience is death
Het gepeupel is er ingetuind. De tirannie van het gemak heeft ons erin geluisd. We zijn helemaal in kaart gebracht. Google weet wanneer we ziek zijn, hoe we ons voelen, op wie we stiekem verliefd zijn, hoe onze dagindeling eruitziet en waar we zijn. En als we iets opzoeken dat niet deugt, wat dat dan ook mag betekenen, dan worden we misschien wel aangepakt.

Gouden regel: if it’s free, then you are the product.

Met de wetenschap dat de EU bezig is met het inperken van privacy en het aanpakken van tech-bedrijven over hate speech, hoe vaag dat ook gedefinieerd zal worden, stel ik mij voor dat zo’n systeem hier ook best goed uitkomt voor de high society.

Wordt het niet hoog tijd om een andere zoekmachine, e-mailprogramma en agenda te gaan gebruiken? Misschien gewoon weer een agenda van papier?

Foto credit

Delen via