Dit is het eerste deel van het artikel van Frits Bosch.

De Leidse hoogleraar sociale geschiedenis Leo Lucassen is met artikelen over de integratie van allochtonen in Nederland regelmatig contribuant bij NRC. In zijn artikel “Met de integratie gaat het goed” (27-11-2018), schrijft hij dat het prima gaat met de integratie (de titel geeft het al een beetje weg). Om deze stelling kracht bij te zetten gebruikt hij de studie ‘Jaarrapport Integratie 2018’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Lucassen beaamt dat kinderen van Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen nog steeds oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit. Antillianen zijn zes keer zo vaak verdacht van een misdrijf. Maar omdat de criminaliteit gehalveerd is (maar wel van een zwaarder karakter) en de uitkeringsafhankelijkheid terugloopt gaat het volgens Lucassen uitstekend met de integratie.

Lucas Kazan: lekker statistiekjes goochelen!

Helaas is het baarlijke nonsens. Als men daadwerkelijk het CBS-rapport leest, dan blijkt dat de schooluitval van alle allochtone groepen (behalve Chinezen) veel hoger ligt dan van Nederlandse kinderen. Leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond kunnen het minst vaak een Havo- of VWO-advies krijgen.

Dit lezende vraagt men zich af of dit een verklaring kan zijn voor het feit dat de sociaal-economische positie (zucht) van allochtonen – behalve van Polen, zoals in de CBS rapport staat – substantieel achterblijft bij die van Nederlanders. Met statistieken kun je alle kanten op, vooral ook de verkeerde kant (en daar weet Lucassen wel raad mee). Het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) ‘De nieuwe verscheidenheid: de toenemende diversiteit naar herkomst in Nederland’ (25-05-18), komt tot de conclusie dat het helemaal niet goed gaat met de integratie door import van armoede, import van criminaliteit en import van verdeeldheid.

De sterk toegenomen diversiteit is slecht voor allen, inclusief allochtonen, meldt WRR. Een ongemakkelijke realiteit, waar onze politici ook niet aan willen. In mijn boek Onbehagen bij de elite ben ik daarop uitgebreid ingegaan en heb ik het besproken met diverse groepen die zich als lid van deze elite kunnen kwalificeren. Tot mijn verbazing lijden zij ook zij aan de ‘ontkenningsziekte’. Zijn ze besmet door bronnen zoals NRC?

Luclaas Vaak: zand in de oogjes

Niet lezen, nooit in een getto geweest, nooit met allochtonen gesproken, wel ontkennen. Dat is wel zo makkelijk. Deze rapporten lezende kan de conclusie niet anders zijn dan dat het niet goed gaat met de integratie. NRC-lezers zullen na het lezen van Lucassen’s artikel denken: “goddank, we zijn op de goede weg, het gaat beter met de integratie”. De toenemende Jodenhaat, homohaat, de Mocromaffia, vrouwenhaat, de aanslagen; Lucassen ziet het niet en wil het niet zien.

Aldus Leo Lucassen: “Wilders en Baudet zijn niet fascistisch, maar het komt er dicht bij”. We zijn weliswaar niet van suikergoed, maar Lucassens formulering geeft weinig blijk van diepe naastenliefde.

Zijn tekst komt opmerkelijk dichtbij wat Marcel van Dam tegen wijlen prof. Pim Fortuyn zei: “u bent een buitengewoon minderwaardig mens!” Na wat heen-en-weer-gebekvecht was Fortuyns (helaas correcte) repliek: “ze helpen mee een klimaat te creëren van demonisering van mijn persoon. En als er met mij iets gebeurt, als er met mij iets gebeurt, dan zijn zíj medeverantwoordelijk: ze hebben het klimaat gecreëerd!”

Huichelachtige treurnis van de ‘non-believers’ en haatdragenden na de moord op Fortuyn was het resultaat. Idem na de moord op Theo van Gogh.

 

To zover deel één; deel twee verschijnt morgen. Stay tuned.

Delen via


Lees ook